BWBR0002471
Geldig vanaf 2011-12-22
Artikel 22c
Wet op de loonbelasting 1964
1. Voor de werknemer die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswetgeniet, of deze zou genieten indien hij zou voldoen aan de voorwaarde van artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet, is de alleenstaande ouderenkorting van toepassing.
2. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 531.
2. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 531.