BWBR0002471
Geldig vanaf 2011-12-22
Artikel 24
Wet op de loonbelasting 1964
Voor de toepassing van de artikelen 21tot en met 22dter bepaling van de hoogte van de heffingskorting is beslissend de toestand op het tijdstip waarop de belasting moet worden ingehouden, met dien verstande dat voor de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting beslissend is de toestand aan het einde van de kalendermaand waarin de belasting moet worden ingehouden.