BWBR0002471
Geldig vanaf 2011-12-22
Artikel 38s
Wet op de loonbelasting 1964
1. Indien een pensioenregeling op grond van <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/150f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 150f van de Pensioenwet</a>of <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/145e" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 145e van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>voorziet in een compensatie wordt het percentage, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, met 3 procentpunt verhoogd. De premie voor het ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum bedraagt zonder de premie ten behoeve van de compensatie ten hoogste het percentage, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de pensioengrondslag of het percentage bedoeld in artikel 18a, derde lid, laatste zin, indien is gekozen voor een verlaagde franchise. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing op de pensioenregeling van een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Pensioenwet</a>.
2. Voor het deel van de premie voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum ten behoeve van compensatie, bedoeld in het eerste lid, dient de pensioengrondslag te worden gehanteerd, bedoeld in artikel 18a, tweede lid, waarbij artikel 18a, derde lid, laatste zin, niet van toepassing is.
2. Voor het deel van de premie voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum ten behoeve van compensatie, bedoeld in het eerste lid, dient de pensioengrondslag te worden gehanteerd, bedoeld in artikel 18a, tweede lid, waarbij artikel 18a, derde lid, laatste zin, niet van toepassing is.