BWBR0002452
Geldig vanaf 1965-08-01
Artikel 15
Overgangswet Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting
1. Op verzoeken om een vergunning, als bedoeld in artikel 73 der Woningwet 1901, ingekomen vóór de inwerkingtreding van deze wet, beslissen burgemeester en wethouders volgens het ten tijde van de indiening van het verzoek geldende recht. Op deze beslissing blijft artikel 73, vierde lid, der Woningwet 1901 van toepassing.
2. Vergunningen, als bedoeld in artikel 73 der Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld in artikel 47 der Woningwette zijn. In deze vergunningen wordt voor de toepassing van artikel 49 der Woningwetgeacht een termijn van vijf jaren te zijn gesteld.
3. Met betrekking tot beslissingen omtrent vergunning, ten aanzien waarvan bij de inwerkingtreding van deze wet de termijn om voorziening te vragen nog niet is verstreken, blijft artikel 73, vierde lid, der Woningwet 1901 van toepassing.
2. Vergunningen, als bedoeld in artikel 73 der Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld in artikel 47 der Woningwette zijn. In deze vergunningen wordt voor de toepassing van artikel 49 der Woningwetgeacht een termijn van vijf jaren te zijn gesteld.
3. Met betrekking tot beslissingen omtrent vergunning, ten aanzien waarvan bij de inwerkingtreding van deze wet de termijn om voorziening te vragen nog niet is verstreken, blijft artikel 73, vierde lid, der Woningwet 1901 van toepassing.