1. Op verzoeken om een vergunning, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, der Woningwet 1901, ingekomen vóór de inwerkingtreding van deze wet, beslissen burgemeester en wethouders volgens het ten tijde van de indiening van het verzoek geldende recht. Op deze beslissing blijft artikel 7 der Woningwet 1901 van toepassing.
2. Vergunningen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder
a, van de Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld in
artikel 47 van de Woningwette zijn.
3. Vergunningen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder
b, van de Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld in
artikel 55 van de Woningwette zijn.
4. Op een besluit, als bedoeld in artikel 6, zesde lid, der Woningwet 1901, ten aanzien waarvan bij de inwerkingtreding van deze wet de beroepstermijn nog niet is verstreken, blijft artikel 7 der Woningwet 1901 van toepassing.