BWBR0002404
Geldig vanaf 1963-10-01
Artikel 2
Besluit uitoefening artsenijbereidkunst
1. Bij een verzoek tot inschrijving als gevestigd apotheker moeten door de verzoeker worden overgelegd:
a. opgave van het perceel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tweede volzin, van de wet;
b. een plattegrond van de apotheek met vermelding van de bestemming der ruimten en/of lokalen;
c. opgave van het perceel, waar de verzoeker woont, benevens een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens van de betreffende gemeente;
d. een door de verzoeker ondertekende verklaring, waaruit moet blijken, of hij de artsenijbereidkunst al dan niet in dienstbetrekking, maatschap of andere vorm van associatie met derden zal uitoefenen;
e. ingeval de verzoeker een persoon is, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder c-f, een door de werkgever ondertekende verklaring, waaruit ten genoegen van de inspecteur moet blijken, dat de verzoeker in staat wordt gesteld de artsenijbereidkunst in onafhankelijkheid en naar behoren uit te oefenen.
2. Indien het verzoek strekt tot inschrijving voor een in een ziekenhuis ondergebrachte apotheek, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de wetof voor een apotheek, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder b,van dit besluit, moeten door de verzoeker worden overgelegd:
a. een opgave en een bewijs, als bedoeld in het eerste lid onder c;
b. een door de werkgever ondertekende verklaring, als bedoeld in het eerste lid, onder f.
a. opgave van het perceel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tweede volzin, van de wet;
b. een plattegrond van de apotheek met vermelding van de bestemming der ruimten en/of lokalen;
c. opgave van het perceel, waar de verzoeker woont, benevens een gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens van de betreffende gemeente;
d. een door de verzoeker ondertekende verklaring, waaruit moet blijken, of hij de artsenijbereidkunst al dan niet in dienstbetrekking, maatschap of andere vorm van associatie met derden zal uitoefenen;
e. ingeval de verzoeker een persoon is, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder c-f, een door de werkgever ondertekende verklaring, waaruit ten genoegen van de inspecteur moet blijken, dat de verzoeker in staat wordt gesteld de artsenijbereidkunst in onafhankelijkheid en naar behoren uit te oefenen.
2. Indien het verzoek strekt tot inschrijving voor een in een ziekenhuis ondergebrachte apotheek, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de wetof voor een apotheek, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder b,van dit besluit, moeten door de verzoeker worden overgelegd:
a. een opgave en een bewijs, als bedoeld in het eerste lid onder c;
b. een door de werkgever ondertekende verklaring, als bedoeld in het eerste lid, onder f.