BWBR0002404
Geldig vanaf 1963-10-01
Artikel 26b
Besluit uitoefening artsenijbereidkunst
1. De apotheker en de apotheekhoudende arts dragen zorg dat:
a. op een recept, op grond waarvan een geneesmiddel met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel wordt bereid, of op een aan dat recept vastgehecht papier de met de bereiding verband houdende berekeningen worden vermeld;
b. in geval de onder a bedoelde berekeningen zijn gemaakt door een apothekers-assistent, geen aanvang met de bereiding wordt gemaakt alvorens die berekeningen door hen of door een daartoe door hen aangewezen andere apothekers-assistent zijn gecontroleerd en na akkoordbevinding door hen onderscheidenlijk de aangewezen apothekers-assistent zijn geparafeerd;
c. in geval de afweging van de voor de bereiding benodigde hoeveelheid vergift wordt verricht door een apothekers-assistent, op die afweging door hen of door een daartoe door hen aangewezen andere apothekers-assistent controle wordt uitgeoefend en na akkoordbevinding door hen onderscheidenlijk de aangewezen apothekers-assistent op het recept onderscheidenlijk het aan het recept vastgehechte papier onmiddellijk bij de berekende hoeveelheid vergift een paraaf wordt geplaatst;
d. een onder a bedoeld geneesmiddel niet wordt afgeleverd dan nadat is voldaan aan het bepaalde onder a-c en het recept door hen is geparafeerd.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval voor een in dat lid, onder a, bedoelde bereiding als uitgangsmassa een verwrijving of een verdunning van een aldaar bedoeld vergift wordt gebruikt. In zodanig geval moet met betrekking tot die verwrijving of verdunning op het recept het in artikel 20, tweede lid, onder b, bedoelde nummer worden vermeld.
3. De apotheker onderscheidenlijk de apotheekhoudende arts draagt zorg dat in geval een geneesmiddel, met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel, uit een hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid, onder b, van dat artikel wordt afgeleverd, op het desbetreffende recept wordt vermeld: "uit voorraad", gevolgd door het aldaar bedoelde nummer. Uit een in de eerste volzin bedoelde hoeveelheid mag niet worden afgeleverd indien de op die hoeveelheid betrekking hebbende paraaf, bedoeld in artikel 20, derde lid, onder d, ontbreekt.
4. De leden 1-3 zijn ten aanzien van de apotheker van overeenkomstige toepassing in geval een geneesmiddel met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel wordt afgeleverd op grond van een schriftelijk verzoek van:
a. een arts, een tandarts of een verloskundige ten behoeve van de uitoefening van hun praktijk;
b. een instelling van wetenschap of onderzoek voor het verrichten van onderzoekingen.
a. op een recept, op grond waarvan een geneesmiddel met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel wordt bereid, of op een aan dat recept vastgehecht papier de met de bereiding verband houdende berekeningen worden vermeld;
b. in geval de onder a bedoelde berekeningen zijn gemaakt door een apothekers-assistent, geen aanvang met de bereiding wordt gemaakt alvorens die berekeningen door hen of door een daartoe door hen aangewezen andere apothekers-assistent zijn gecontroleerd en na akkoordbevinding door hen onderscheidenlijk de aangewezen apothekers-assistent zijn geparafeerd;
c. in geval de afweging van de voor de bereiding benodigde hoeveelheid vergift wordt verricht door een apothekers-assistent, op die afweging door hen of door een daartoe door hen aangewezen andere apothekers-assistent controle wordt uitgeoefend en na akkoordbevinding door hen onderscheidenlijk de aangewezen apothekers-assistent op het recept onderscheidenlijk het aan het recept vastgehechte papier onmiddellijk bij de berekende hoeveelheid vergift een paraaf wordt geplaatst;
d. een onder a bedoeld geneesmiddel niet wordt afgeleverd dan nadat is voldaan aan het bepaalde onder a-c en het recept door hen is geparafeerd.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval voor een in dat lid, onder a, bedoelde bereiding als uitgangsmassa een verwrijving of een verdunning van een aldaar bedoeld vergift wordt gebruikt. In zodanig geval moet met betrekking tot die verwrijving of verdunning op het recept het in artikel 20, tweede lid, onder b, bedoelde nummer worden vermeld.
3. De apotheker onderscheidenlijk de apotheekhoudende arts draagt zorg dat in geval een geneesmiddel, met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel, uit een hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid, onder b, van dat artikel wordt afgeleverd, op het desbetreffende recept wordt vermeld: "uit voorraad", gevolgd door het aldaar bedoelde nummer. Uit een in de eerste volzin bedoelde hoeveelheid mag niet worden afgeleverd indien de op die hoeveelheid betrekking hebbende paraaf, bedoeld in artikel 20, derde lid, onder d, ontbreekt.
4. De leden 1-3 zijn ten aanzien van de apotheker van overeenkomstige toepassing in geval een geneesmiddel met een in artikel 20, derde lid, aanhef, bedoeld vergift als bestanddeel wordt afgeleverd op grond van een schriftelijk verzoek van:
a. een arts, een tandarts of een verloskundige ten behoeve van de uitoefening van hun praktijk;
b. een instelling van wetenschap of onderzoek voor het verrichten van onderzoekingen.