BWBR0002402
Geldig vanaf 2017-08-01
Artikel 19
Kernenergiewet
1. De Autoriteit kan beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden ter bescherming van de bij of krachtens artikel 15baangewezen belangen.
2. Een ieder, met uitzondering van de vergunninghouder, kan de Autoriteit verzoeken een vergunning in het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen met toepassing van het eerste lid te wijzigen.
3. Op aanvraag van de vergunninghouder kan de Autoriteit beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden.
4. In een geval als bedoeld in artikel 15b, vierde lid, trekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk nadat de betrokken algemene maatregel van bestuur is ingetrokken, de ingevolge die maatregel aan een vergunning verbonden voorschriften in. Tot het tijdstip waarop de beschikking tot intrekking van kracht wordt, blijven de voorschriften gelden.
2. Een ieder, met uitzondering van de vergunninghouder, kan de Autoriteit verzoeken een vergunning in het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen met toepassing van het eerste lid te wijzigen.
3. Op aanvraag van de vergunninghouder kan de Autoriteit beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden.
4. In een geval als bedoeld in artikel 15b, vierde lid, trekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk nadat de betrokken algemene maatregel van bestuur is ingetrokken, de ingevolge die maatregel aan een vergunning verbonden voorschriften in. Tot het tijdstip waarop de beschikking tot intrekking van kracht wordt, blijven de voorschriften gelden.