BWBR0002402
Geldig vanaf 2017-08-01
Artikel 76
Kernenergiewet
1. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 4, 14, 15c, 15f, 16, 17, 17a, 18a, 21, 29, 32, 34, 37, 38a, 67, 68, 73of 75wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis te brengen van Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en, behoudens ingeval het een maatregel krachtens artikel 21 betreft, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het <em>Staatsblad</em>waarin hij is geplaatst.
3. Ten aanzien van bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 67, geregelde onderwerpen kunnen Onze betrokken Ministers nadere regelen stellen.
4. Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, kan in afwijking daarvan bij ministeriële regeling worden geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Op de vaststelling van een ministeriële regeling zijn de artikelen 26en 35van overeenkomstige toepassing.
2. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het <em>Staatsblad</em>waarin hij is geplaatst.
3. Ten aanzien van bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 67, geregelde onderwerpen kunnen Onze betrokken Ministers nadere regelen stellen.
4. Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, kan in afwijking daarvan bij ministeriële regeling worden geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Op de vaststelling van een ministeriële regeling zijn de artikelen 26en 35van overeenkomstige toepassing.