BWBR0002402
Geldig vanaf 2017-08-01
Artikel 49e
Kernenergiewet
1. Het in het derde lid aangewezen bestuursorgaan kan regels stellen, waarbij wordt bepaald dat een vergoeding kan worden toegekend indien de vaststelling vooraf of zich uit de toepassing van artikel 46, 49bof 49dof uit de toepassing van <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/175" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 175</a>of <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/176" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">176 van de Gemeentewet</a>bij een ongeval met een categorie B-object al dan niet schade voordoet, zou leiden tot onredelijke vertraging in de behandeling van de aanvraag van schadevergoeding op grond van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:126" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht</a>of tot kosten ten aanzien waarvan in redelijkheid niet kan worden gevergd dat de belanghebbende deze draagt.
2. Een vergoeding krachtens het eerste lid kan alleen aan de belanghebbende worden toegekend onder de voorwaarde dat hij voor het toegekende bedrag de rechten die hij terzake van de door hem geleden schade tegenover derden heeft, overdraagt aan het bestuursorgaan dat de vergoeding toekent.
3. Regels als bedoeld in het eerste lid worden gesteld door:
a. Onze Minister wie het aangaat, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 46;
b. de gemeenteraad, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49b of van de toepassing van artikel 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object;
c. de beheerder van het oppervlaktewater indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49d.
2. Een vergoeding krachtens het eerste lid kan alleen aan de belanghebbende worden toegekend onder de voorwaarde dat hij voor het toegekende bedrag de rechten die hij terzake van de door hem geleden schade tegenover derden heeft, overdraagt aan het bestuursorgaan dat de vergoeding toekent.
3. Regels als bedoeld in het eerste lid worden gesteld door:
a. Onze Minister wie het aangaat, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 46;
b. de gemeenteraad, indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49b of van de toepassing van artikel 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object;
c. de beheerder van het oppervlaktewater indien het betreft schade ten gevolge van de toepassing van artikel 49d.