BWBR0002399
Geldig vanaf 2002-03-20
Artikel 265
Wet op het voortgezet onderwijs
Artikel 265 Overdracht gebouwen, terreinen en roerende zaken 1 Indien de bekostiging van een bijzondere school ingevolge artikel 262 wordt beëindigd of het bevoegd gezag beslist tot opheffing van de school, eindigt het recht op het gebouw en terrein en worden alle roerende zaken, behalve die welke het bevoegd gezag uit eigen middelen heeft aangeschaft, aan de gemeente overgedragen. 2 Artikel 225, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in de verklaring ingevolge het eerste lid en het besluit ingevolge het tweede lid als datum waarop het bevoegd gezag blijvend heeft opgehouden dan wel blijvend zal ophouden het gebouw of terrein voor de school te gebruiken, zal worden genoemd de datum waarop de bekostiging is geëindigd dan wel zal eindigen. 3 Indien de bekostiging van een bijzondere school ingevolge artikel 262 wordt beëindigd of het bevoegd gezag beslist tot opheffing van de school, dan wel indien een openbare school ingevolge artikel 263 of artikel 264 wordt opgeheven, stort het bevoegd gezag niet bestede bekostigingsbedragen terug in de desbetreffende overheidskas. In afwijking van de vorige volzin mogen niet bestede bekostigingsbedragen voor zover het betreft de bekostiging, bedoeld in artikel 243, worden aangewend voor een van de andere scholen van het bevoegd gezag en ontstaat de verplichting van het bevoegd gezag om deze niet bestede bekostigingsbedragen terug te storten, eerst indien het betreft de beëindiging van de bekostiging of de opheffing van de laatste school die een bevoegd gezag in stand houdt overeenkomstig de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het primair onderwijs , dan wel de Wet op de expertisecentra . 4 In afwijking van het derde lid, eerste volzin, boekt het bevoegd gezag van een in het derde lid, eerste volzin, bedoelde school in geval van samenvoeging van die school met een of meer andere scholen de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede bekostigingsbedragen over naar de school of scholen waarvoor met het oog op deze samenvoeging een aanvraag voor faciliteiten in verband met de samenvoeging is ingediend, aan de hand waarvan door Onze minister is vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is van een samenvoeging. Indien sprake is van samenvoeging van scholen van verschillende bevoegde gezagsorganen, kan, in afwijking van de vorige volzin, het bevoegd gezag van de op te heffen school met het bevoegd gezag van de school of scholen die in stand blijft onderscheidenlijk blijven, overeenkomen dat de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede bekostigingsbedragen als bedoeld in artikel 243 a. worden overgeboekt naar de school of scholen die in stand blijft onderscheidenlijk blijven, dan wel b. blijven bij het bevoegd gezag van de op te heffen school, ten behoeve van de andere scholen van dat bevoegd gezag. 5 Het vierde lid, de eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing in geval van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een bekostigde openbare school of omgekeerd, met dien verstande dat indien na de overboeking van de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede bekostigingsbedragen blijkt, dat voor de in het derde lid bedoelde school terugbetaling aan het Rijk dient te geschieden, deze terugbetaling ten laste van de school komt waarnaar de uit 's Rijks kas ontvangen niet bestede bekostigingsbedragen zijn overgeboekt. 2001 207 10-05-2001 11-04-2001 27265 2001 208 10-05-2001 20-04-2001 11-05-2001