BWBR0002326
Geldig vanaf 1959-10-01
Artikel 2
Rijkswachtgeldbesluit 1959
1. Dit besluit verstaat onder betrokkene: de ambtenaar in de zin van het <a href="/wet/BWBR0003630" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984</a>dan wel de ambtenaar in vaste dienst in de zin van het <a href="/wet/BWBR0001950" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>, met uitzondering van de burgemeester, aan wie eervol ontslag is verleend:
a. in het kader van een reorganisatie indien het niet mogelijk is gebleken om hem te herplaatsen in een passende functie;
b. wegens verplaatsing van de dienst of het dienstvak of onderdeel daarvan, waarbij hij werkzaam is;
c. omdat hij - na een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, te hebben aanvaard, en in verband daarmede van de waarneming van zijn ambt tijdelijk te zijn ontheven, na vervolgens te hebben opgehouden vorenbedoelde functie te bekleden - naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kon worden hersteld;
d. omdat hij, na afloop van verlof van lange duur, verleend met toepassing van artikel 34, uitgezonderd het derde en vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel met toepassing van een overeenkomstige regeling, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kon worden hersteld.
e. omdat hij is opgehouden de functie van substituut-ombudsman te bekleden;
f. omdat hij een benoeming tot minister of staatssecretaris heeft aanvaard;
g. wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem in vaste dienst beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
h. wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte;
i. op zijn aanvraag in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid voorzover de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 49d of 49e van het Algemeen Rijksambtenarenreglement danwel als bedoeld in de artikelen 84d of 84e van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en hij binnen twee jaar nadat hij een functie heeft aanvaard buiten de overheid, buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen.
2. Geen betrokkene in de zin van dit besluit is:
a. hij te wiens aanzien de toekenning van wachtgeld bij de wet is geregeld;
b. hij die laatstelijk een betrekking bekleedde waarin hij geen deelnemer was in de zin van het pensioenreglement;
c. hij aan wie eervol ontslag is verleend in de zin van het eerste lid, onderdelen a tot en met i, en die deswege recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6 of 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
a. in het kader van een reorganisatie indien het niet mogelijk is gebleken om hem te herplaatsen in een passende functie;
b. wegens verplaatsing van de dienst of het dienstvak of onderdeel daarvan, waarbij hij werkzaam is;
c. omdat hij - na een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, te hebben aanvaard, en in verband daarmede van de waarneming van zijn ambt tijdelijk te zijn ontheven, na vervolgens te hebben opgehouden vorenbedoelde functie te bekleden - naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kon worden hersteld;
d. omdat hij, na afloop van verlof van lange duur, verleend met toepassing van artikel 34, uitgezonderd het derde en vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel met toepassing van een overeenkomstige regeling, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kon worden hersteld.
e. omdat hij is opgehouden de functie van substituut-ombudsman te bekleden;
f. omdat hij een benoeming tot minister of staatssecretaris heeft aanvaard;
g. wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem in vaste dienst beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
h. wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte;
i. op zijn aanvraag in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid voorzover de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 49d of 49e van het Algemeen Rijksambtenarenreglement danwel als bedoeld in de artikelen 84d of 84e van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en hij binnen twee jaar nadat hij een functie heeft aanvaard buiten de overheid, buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen.
2. Geen betrokkene in de zin van dit besluit is:
a. hij te wiens aanzien de toekenning van wachtgeld bij de wet is geregeld;
b. hij die laatstelijk een betrekking bekleedde waarin hij geen deelnemer was in de zin van het pensioenreglement;
c. hij aan wie eervol ontslag is verleend in de zin van het eerste lid, onderdelen a tot en met i, en die deswege recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6 of 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.