BWBR0002326
Geldig vanaf 1959-10-01
Artikel 17
Rijkswachtgeldbesluit 1959
1. Indien de betrokkene ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%, wordt het geldende bedrag van het wachtgeld met het hierna genoemde percentage verminderd. Deze vermindering bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van
[tabel]
2. De som van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, eventueel vermeerderd met het arbeidsongeschiktheidspensioen, en het verminderde wachtgeld bedraagt voorts niet meer dan het onverminderde wachtgeld dat wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding van bedoeld onverminderd wachtgeld wordt het overschrijdende bedrag op het verminderde wachtgeld in mindering gebracht.
[tabel]
2. De som van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, eventueel vermeerderd met het arbeidsongeschiktheidspensioen, en het verminderde wachtgeld bedraagt voorts niet meer dan het onverminderde wachtgeld dat wordt genoten indien er geen sprake is van samenloop. Ingeval van overschrijding van bedoeld onverminderd wachtgeld wordt het overschrijdende bedrag op het verminderde wachtgeld in mindering gebracht.