BWBR0002034
Geldig vanaf 1948-01-11
Artikel 63
Herverkavelingswet Walcheren 1947
1. Na het verstrijken van de in het 6e lid van artikel 62genoemde termijn, zonder dat beroep is ingesteld, en, ten aanzien van die onderdelen van het plan van wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende kunstwerken, waartegen beroep is ingesteld, met ingang van de dag, volgende op die, waarop Onze beslissing in hoger beroep door Gedeputeerde Staten ter kennis van de betrokken publiekrechtelijke lichamen en van de herverkavelingscommissie is gebracht, kan de aanleg of verbetering van wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende kunstwerken en de uitvoering van de overige werkzaamheden ter hand worden genomen. Zo nodig kunnen Gedeputeerde Staten toestaan, dat reeds op een vroeger tijdstip met deze werkzaamheden wordt begonnen.
2. De uitvoering der werkzaamheden geschiedt door de zorg van de herverkavelingscommissie. Gedeputeerde Staten kunnen evenwel na overleg met de herverkavelingscommissie bepalen, dat met name te noemen werken worden uitgevoerd door de openbare lichamen, die met het beheer en onderhoud daarvan zijn belast, of dat deze werken onder hun toezicht worden uitgevoerd, waarbij een doelmatig verband met andere werken voor zoveel nodig verzekerd moet zijn. Omtrent het tijdstip der uitvoering plegen de openbare lichamen overleg met de herverkavelingscommissie.
Omtrent de uitvoering van werken, met het beheer en onderhoud waarvan het Rijk is belast beslist de betrokken Minister, gehoord de herverkavelingscommissie.
3. Op de terreinen kunnen tekens worden gesteld en kan houtgewas worden gekapt; zoden, aarde, grint of andere specie kan aan de terreinen worden onttrokken of daarop worden neergelegd.
4. Indien naar het oordeel der herverkavelingscommissie het belang der herverkaveling zulks vordert, kunnen gronden worden drooggelegd, ontgonnen of herontgonnen, tijdelijk geëxploiteerd, begreppeld of gedraineerd.
5. Opstallen kunnen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien naar het oordeel der herverkavelingscommissie het belang der herverkaveling zulks vordert.
6. De schade, welke een rechtstreeks gevolg is van de uitvoering van de in het eerste tot en met het vijfde lid bedoelde handelingen, wordt door het Rijk vergoed.
7. De eigenaren en gebruikers zijn verplicht te gedogen, dat hun terrein wordt betreden en daarop de werkzaamheden, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, worden verricht.
8. Indien het verrichten van de in het vorige lid bedoelde handelingen niet wordt gedoogd, wordt de tussenkomst ingeroepen van de burgemeester of kantonrechter, op wiens bevel het verrichten der handelingen, desnoods met behulp van de sterke arm, wordt mogelijk gemaakt.
2. De uitvoering der werkzaamheden geschiedt door de zorg van de herverkavelingscommissie. Gedeputeerde Staten kunnen evenwel na overleg met de herverkavelingscommissie bepalen, dat met name te noemen werken worden uitgevoerd door de openbare lichamen, die met het beheer en onderhoud daarvan zijn belast, of dat deze werken onder hun toezicht worden uitgevoerd, waarbij een doelmatig verband met andere werken voor zoveel nodig verzekerd moet zijn. Omtrent het tijdstip der uitvoering plegen de openbare lichamen overleg met de herverkavelingscommissie.
Omtrent de uitvoering van werken, met het beheer en onderhoud waarvan het Rijk is belast beslist de betrokken Minister, gehoord de herverkavelingscommissie.
3. Op de terreinen kunnen tekens worden gesteld en kan houtgewas worden gekapt; zoden, aarde, grint of andere specie kan aan de terreinen worden onttrokken of daarop worden neergelegd.
4. Indien naar het oordeel der herverkavelingscommissie het belang der herverkaveling zulks vordert, kunnen gronden worden drooggelegd, ontgonnen of herontgonnen, tijdelijk geëxploiteerd, begreppeld of gedraineerd.
5. Opstallen kunnen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien naar het oordeel der herverkavelingscommissie het belang der herverkaveling zulks vordert.
6. De schade, welke een rechtstreeks gevolg is van de uitvoering van de in het eerste tot en met het vijfde lid bedoelde handelingen, wordt door het Rijk vergoed.
7. De eigenaren en gebruikers zijn verplicht te gedogen, dat hun terrein wordt betreden en daarop de werkzaamheden, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, worden verricht.
8. Indien het verrichten van de in het vorige lid bedoelde handelingen niet wordt gedoogd, wordt de tussenkomst ingeroepen van de burgemeester of kantonrechter, op wiens bevel het verrichten der handelingen, desnoods met behulp van de sterke arm, wordt mogelijk gemaakt.