BWBR0002034
Geldig vanaf 1948-01-11
Artikel 1
Herverkavelingswet Walcheren 1947
Deze wet verstaat onder:
1°. "De Minister": De met de zaken van de Landbouw belaste Minister;
2°. "blok": geheel van in de herverkaveling van Walcheren begrepen onroerende goederen;
3°. "eigenaar": hem, die een recht van eigendom, opstal, erfpacht, vruchtgebruik, gebruik of bewoning heeft op tot het blok behorende onroerende goederen;
4°. "rechthebbende": eigenaar, en hem, die een niet onder 3°. genoemd zakelijk recht of een recht van huur of pacht heeft op tot het blok behorende onroerende goederen;
5°. "herverkavelingscommissie": de met de leiding en uitvoering der herverkaveling van Walcheren belaste commissie;
6°. "Raad van Beroep": de raad, welke in beroep oordeelt over de bezwaarschriften in de gevallen, waarin deze wet het indienen van zodanige bezwaren bij die raad toelaat;
7°. "Gedeputeerde Staten": Gedeputeerde Staten van Zeeland.
1°. "De Minister": De met de zaken van de Landbouw belaste Minister;
2°. "blok": geheel van in de herverkaveling van Walcheren begrepen onroerende goederen;
3°. "eigenaar": hem, die een recht van eigendom, opstal, erfpacht, vruchtgebruik, gebruik of bewoning heeft op tot het blok behorende onroerende goederen;
4°. "rechthebbende": eigenaar, en hem, die een niet onder 3°. genoemd zakelijk recht of een recht van huur of pacht heeft op tot het blok behorende onroerende goederen;
5°. "herverkavelingscommissie": de met de leiding en uitvoering der herverkaveling van Walcheren belaste commissie;
6°. "Raad van Beroep": de raad, welke in beroep oordeelt over de bezwaarschriften in de gevallen, waarin deze wet het indienen van zodanige bezwaren bij die raad toelaat;
7°. "Gedeputeerde Staten": Gedeputeerde Staten van Zeeland.