BWBR0002034
Geldig vanaf 1948-01-11
Artikel 5
Herverkavelingswet Walcheren 1947
1. Iedere eigenaar heeft recht op het in eigendom, opstal, erfpacht, vruchtgebruik, gebruik of bewoning verkrijgen van een waarde in kavels, welke tot het geheel der waarde van alle kavels staat als de waarde van zijn, in het blok opgenomen onroerende goederen, tot het geheel der waarde van alle opgenomen onroerende goederen.
2. Onder waarde wordt in dit artikel verstaan, de schattingswaarde, zoals deze voor elk onroerend goed vaststaat of, in geval het derde lid van artikel 32toepassing heeft gevonden, door de rechter-commissaris voorlopig is vastgesteld.
3. Van het bepaalde in het eerste lid kan slechts worden afgeweken, indien het de totstandkoming ener behoorlijke herverkaveling in de weg zou staan.
4. Tegen de wil van de eigenaar of van degene, die op het onroerend goed een recht van hypotheek of van grondrente heeft, mag deze afwijking niet meer bedragen dan vijf ten honderd van de waarde van het onroerend goed, op het verkrijgen waarvan de eigenaar, ingevolge het eerste lid, recht heeft.
5. De herverkavelingscommissie is bevoegd te bepalen, dat een eigenaar, in afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid, geen recht heeft op het verkrijgen van een waarde in kavels en dat algehele vergoeding in geld door het Rijk, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, zal plaats vinden, wanneer de waarde van de van hem in het blok opgenomen onroerende goederen zo gering is, dat de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid zou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geacht kan worden geen redelijk belang bij het verkrijgen van een zodanige kavel te hebben.
2. Onder waarde wordt in dit artikel verstaan, de schattingswaarde, zoals deze voor elk onroerend goed vaststaat of, in geval het derde lid van artikel 32toepassing heeft gevonden, door de rechter-commissaris voorlopig is vastgesteld.
3. Van het bepaalde in het eerste lid kan slechts worden afgeweken, indien het de totstandkoming ener behoorlijke herverkaveling in de weg zou staan.
4. Tegen de wil van de eigenaar of van degene, die op het onroerend goed een recht van hypotheek of van grondrente heeft, mag deze afwijking niet meer bedragen dan vijf ten honderd van de waarde van het onroerend goed, op het verkrijgen waarvan de eigenaar, ingevolge het eerste lid, recht heeft.
5. De herverkavelingscommissie is bevoegd te bepalen, dat een eigenaar, in afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid, geen recht heeft op het verkrijgen van een waarde in kavels en dat algehele vergoeding in geld door het Rijk, overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, zal plaats vinden, wanneer de waarde van de van hem in het blok opgenomen onroerende goederen zo gering is, dat de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid zou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geacht kan worden geen redelijk belang bij het verkrijgen van een zodanige kavel te hebben.