BWBR0002034
Geldig vanaf 1948-01-11
Artikel 46
Herverkavelingswet Walcheren 1947
1. Alsdan kan de herverkavelingscommissie bepalen, dat met ingang van een bepaalde dag:
a. een pachtovereenkomst eindigt en de pachter geen recht heeft op het in pacht verkrijgen van één of meer in het blok gelegen kavels;
b. de eigenaar-grondgebruiker verplicht is de onroerende goederen, waarop hij tot dusver zijn bedrijf uitoefende, of de kavels, die daarvoor in de plaats treden, te verpachten.
2. Een bepaling als bedoeld onder bvan het vorige lid komt bij voorkeur eerst in aanmerking, indien het gestelde in de aanhef van het tweede lid van artikel 45zich nog voordoet, nadat het bepaalde onder avan het vorige lid zoveel mogelijk is toegepast.
Een bepaling als bedoeld onder bvan het vorige lid komt bij voorkeur niet in aanmerking ten aanzien van de eigenaar-grondgebruiker, die zijn hoofdberoep in de landbouw heeft.
3. De eigenaar-grondgebruiker en de pachters, bedoeld in het eerste lid, worden door het Rijk schadeloos gesteld. Zoveel mogelijk vindt de schadeloosstelling plaats bij minnelijk overleg, desgewenst door hen in de gelegenheid te stellen buiten het blok grond te pachten.
4. Bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder a, doet de herverkavelingscommissie hiervan onverwijld bij aangetekende brief mededeling aan de verpachter. Op het niet ontvangen van de mededeling kan geen beroep worden gedaan.
5. Voor het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid behoeft de herverkavelingscommissie de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Financiën.
a. een pachtovereenkomst eindigt en de pachter geen recht heeft op het in pacht verkrijgen van één of meer in het blok gelegen kavels;
b. de eigenaar-grondgebruiker verplicht is de onroerende goederen, waarop hij tot dusver zijn bedrijf uitoefende, of de kavels, die daarvoor in de plaats treden, te verpachten.
2. Een bepaling als bedoeld onder bvan het vorige lid komt bij voorkeur eerst in aanmerking, indien het gestelde in de aanhef van het tweede lid van artikel 45zich nog voordoet, nadat het bepaalde onder avan het vorige lid zoveel mogelijk is toegepast.
Een bepaling als bedoeld onder bvan het vorige lid komt bij voorkeur niet in aanmerking ten aanzien van de eigenaar-grondgebruiker, die zijn hoofdberoep in de landbouw heeft.
3. De eigenaar-grondgebruiker en de pachters, bedoeld in het eerste lid, worden door het Rijk schadeloos gesteld. Zoveel mogelijk vindt de schadeloosstelling plaats bij minnelijk overleg, desgewenst door hen in de gelegenheid te stellen buiten het blok grond te pachten.
4. Bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder a, doet de herverkavelingscommissie hiervan onverwijld bij aangetekende brief mededeling aan de verpachter. Op het niet ontvangen van de mededeling kan geen beroep worden gedaan.
5. Voor het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid behoeft de herverkavelingscommissie de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Financiën.