BWBR0002034
Geldig vanaf 1948-01-11
Artikel 15
Herverkavelingswet Walcheren 1947
1. Er is een Herverkavelingscommissie, bestaande uit ten hoogste vijftien leden, die door Ons worden benoemd en ontslagen. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij kan zich door deskundigen doen bijstaan; de Minister stelt voor haar een instructie vast.
2. Er is een Raad van Beroep, bestaande uit ten hoogste vijf leden, die door Ons worden benoemd. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij zijn onafzetbaar gedurende de werkingsduur van deze wet, behoudens in de gevallen, bedoeld in artikel 11, onder 1°., 2°., en 3°. van de Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet van 18 April 1827, Staatsbladno. 20). De ontzetting wordt uitgesproken op de wijze, in artikel 11 van de Wet op de Rechterlijke Organisatiebepaald. De derde tot en met achtste alinea van dat artikel, alsmede artikel 13 van de Wet op de Rechterlijke Organisatiezijn ten aanzien van de leden van de Raad van Beroep van overeenkomstige toepassing.
3. De Raad van Beroep kan getuigen en deskundigen horen. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief. Getuigen en deskundigen zijn na oproeping verplicht te verschijnen en de gevraagde inlichtingen te verstrekken.
4. Wij behouden Ons voor regelen te stellen betreffende:
a. het toekennen van een vergoeding aan de leden van de Raad van Beroep;
b. het toekennen van schadevergoeding aan de getuigen en deskundigen;
c. het vaststellen van een tarief voor de werkzaamheden van de Raad van Beroep.
2. Er is een Raad van Beroep, bestaande uit ten hoogste vijf leden, die door Ons worden benoemd. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij zijn onafzetbaar gedurende de werkingsduur van deze wet, behoudens in de gevallen, bedoeld in artikel 11, onder 1°., 2°., en 3°. van de Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet van 18 April 1827, Staatsbladno. 20). De ontzetting wordt uitgesproken op de wijze, in artikel 11 van de Wet op de Rechterlijke Organisatiebepaald. De derde tot en met achtste alinea van dat artikel, alsmede artikel 13 van de Wet op de Rechterlijke Organisatiezijn ten aanzien van de leden van de Raad van Beroep van overeenkomstige toepassing.
3. De Raad van Beroep kan getuigen en deskundigen horen. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief. Getuigen en deskundigen zijn na oproeping verplicht te verschijnen en de gevraagde inlichtingen te verstrekken.
4. Wij behouden Ons voor regelen te stellen betreffende:
a. het toekennen van een vergoeding aan de leden van de Raad van Beroep;
b. het toekennen van schadevergoeding aan de getuigen en deskundigen;
c. het vaststellen van een tarief voor de werkzaamheden van de Raad van Beroep.