BWBR0002032
Geldig vanaf 2008-01-24
Artikel 42
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
1. Een beschikking van de Raad of de Sociale verzekeringsbank kan door hem in het nadeel van de bij die beschikking betrokkene worden herzien op grond van gebleken onjuistheid van aan die beschikking ten grondslag gelegde feiten, dan wel op grond van gegevens die niet bekend waren ten tijde van het geven van die beschikking, en die, zo zij wel bekend waren geweest, tot een andersluidende beschikking zouden hebben geleid. Indien deze herziening zou leiden tot intrekking van het recht op buitengewoon pensioen, wordt de herzieningsbeschikking eerst gegeven nadat de betrokkene door de Raad of de Sociale verzekeringsbank is gehoord.
2. Indien een ingevolge deze wet genomen beschikking in het nadeel van de belanghebbende wordt herzien, wordt hetgeen reeds was uitbetaald ingevolge die beschikking niet teruggevorderd of verrekend, tenzij in de herzieningsbeschikking is uitgesproken, dat de gebleken onjuistheid van de aan de oorspronkelijke beschikking ten grondslag gelegde feiten was te wijten aan diens opzet dan wel grove nalatigheid.
3. Een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van dit artikel, wordt aan de Stichting 1940-1945 medegedeeld.
2. Indien een ingevolge deze wet genomen beschikking in het nadeel van de belanghebbende wordt herzien, wordt hetgeen reeds was uitbetaald ingevolge die beschikking niet teruggevorderd of verrekend, tenzij in de herzieningsbeschikking is uitgesproken, dat de gebleken onjuistheid van de aan de oorspronkelijke beschikking ten grondslag gelegde feiten was te wijten aan diens opzet dan wel grove nalatigheid.
3. Een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van dit artikel, wordt aan de Stichting 1940-1945 medegedeeld.