BWBR0002032
Geldig vanaf 2008-01-24
Artikel 27
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
1. Elk buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de rechthebbende is overleden. Ingeval van vermissing van de rechthebbende eindigt diens pensioen met een door de Sociale verzekeringsbank te bepalen dag.
2. Het buitengewoon pensioen van de in artikel 15bedoelde kinderen eindigt tevens met het einde van de maand, waarin de rechthebbende:
a. de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt of in het huwelijk is getreden;
b. is geadopteerd.
3. Een vervallen verklaard of ingetrokken buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de beschikking inzake het vervallen verklaren of de intrekking is gegeven.
2. Het buitengewoon pensioen van de in artikel 15bedoelde kinderen eindigt tevens met het einde van de maand, waarin de rechthebbende:
a. de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt of in het huwelijk is getreden;
b. is geadopteerd.
3. Een vervallen verklaard of ingetrokken buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de beschikking inzake het vervallen verklaren of de intrekking is gegeven.