BWBR0002032
Geldig vanaf 2008-01-24
Artikel 31e
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
1. Indien het maandinkomen van
a. een deelnemer aan het verzet die recht heeft op een buitengewoon pensioen,
b. de weduwe, genoemd in artikel 14, eerste lid, die recht heeft op een buitengewoon pensioen, dan wel
c. een weduwnaar, genoemd in artikel 14, vierde lid, onder a, die recht heeft op een buitengewoon pensioen, lager is dan het op grond van artikel 31f van toepassing zijnde normbedrag, wordt aan die buitengewoon gepensioneerde een garantietoeslag verleend, gelijk aan het verschil tussen zijn of haar maandinkomen en het van toepassing zijnde normbedrag.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid.
a. een deelnemer aan het verzet die recht heeft op een buitengewoon pensioen,
b. de weduwe, genoemd in artikel 14, eerste lid, die recht heeft op een buitengewoon pensioen, dan wel
c. een weduwnaar, genoemd in artikel 14, vierde lid, onder a, die recht heeft op een buitengewoon pensioen, lager is dan het op grond van artikel 31f van toepassing zijnde normbedrag, wordt aan die buitengewoon gepensioneerde een garantietoeslag verleend, gelijk aan het verschil tussen zijn of haar maandinkomen en het van toepassing zijnde normbedrag.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid.