BWBR0002032
Geldig vanaf 2008-01-24
Artikel 36a
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
1. De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 31b, de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 30a, de garantietoeslag, bedoeld in artikel 31e, en de vergoedingen zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.
2. De overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 30a, en de vergoedingen zijn niet vatbaar voor beslag.
3. Volmacht tot ontvangst van het buitengewoon pensioen, van de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 30a, de garantietoeslag, bedoeld in artikel 31e, of van de vergoedingen is steeds herroepelijk.
4. Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.
2. De overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 30a, en de vergoedingen zijn niet vatbaar voor beslag.
3. Volmacht tot ontvangst van het buitengewoon pensioen, van de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 30a, de garantietoeslag, bedoeld in artikel 31e, of van de vergoedingen is steeds herroepelijk.
4. Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.