BWBR0001883
Geldig vanaf 01-01-1970
Artikel 6
Besluit uitvoering art. 13 enz. Armenwet
1. De opgaven van het aantal verpleegden der gestichten en tehuizen, waarin oude lieden, gebrekkigen, maatschappelijk ongeschikten, weezen, voogdij-, Regeerings- en andere kinderen worden verzorgd, worden verstrekt naar de volgende indeeling:
A. oude lieden;
B. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten;
C. kinderen.
Voor elk dezer drie groepen wordt opgegeven:
1°. het totaal aantal personen, door of door bemiddeling der instelling verpleegd;
2°. het aantal der onder 1°. bedoelde personen, voor wie aangenomen wordt, dat de kosten geheel zijn terugbetaald;
3°. het aantal der onder 1°. bedoelde personen, die tijdens het verslagjaar naar een anderen vorm van verpleging zijn overgegaan;
4°. het aantal der onder 1°. bedoelde personen, voor wie de kosten geheel of gedeeltelijk werden vergoed door gemeenten of instellingen van weldadigheid.
Voor elk der categorieën 1°. en 2°. wordt opgave verstrekt van:
A. het aantal personen, verpleegd in het gesticht der instelling en het aantal verpleegdagen;
B. het aantal personen, uitbesteed in huisgezinnen en het aantal verpleegdagen;
C. het aantal personen, ter verpleging gegeven in gestichten onder ander beheer en het aantal verpleegdagen.
Betreffende kinderen wordt bovendien opgegeven, hoeveel weezen, halfweezen, voogdij- en Regeeringskinderen en andere kinderen werden verpleegd en hoeveel kinderen bij de opneming verwaarloosd of misdadig waren.
Bovendien wordt opgegeven, het aantal kinderen, over wie in het verslagjaar patronaat werd uitgeoefend:
1°. bij wijze van preventief toezicht;
2°. bij wijze van nazorg, en
3°. door ondertoezichtstelling (o. a. ingevolge artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en art. 39decies W. v. Str.).
2. De uitgaven voor ondersteuning (i. c. verpleging en uitbesteding) worden opgegeven naar de volgende indeeling:
a. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de verzorging der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer;
b. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de verzorging der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel, uitgaven voor schrijfbehoeften, druk- en bindwerk, kosten van vergaderingen e. d.;
c. verpleging in het gesticht, als: voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, genees- en heelkundige hulp (w.o. genees- en verbandmiddelen e. d.), bezigheid of opleiding der verpleegden, en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt, benevens uitkeering in geld;
d. uitbesteding in huisgezinnen;
e. verpleging in andere gestichten.
Mede wordt opgave verstrekt van hetgeen terugontvangen is voor en van bepaalde verpleegden, ter zake van:
1°. de verpleging in het gesticht.
Hieronder ook te brengen:
a. inkoopsommen;
b. opbrengst van voorwerpen door de verpleegden vervaardigd, door de verpleegden verdiende en aan het gestichtsbestuur afgedragen loonen, opbrengst van den verkoop van afval en dergelijke roerende zaken, voortvloeiende uit het beheer van het gesticht; 2°. uitbesteding in huisgezinnen;
3°. verpleging in andere gestichten.
2°. uitbesteding in huisgezinnen;
3°. verpleging in andere gestichten.
Onder 2°. en 3°. ook te brengen de restitutie van te veel betaalde verpleegkosten.
Deze terugontvangsten moeten overigens gesplitst worden opgegeven, als:
a. Bijdragen van ouders van verpleegde kinderen.
b. Andere terugontvangsten.
A. oude lieden;
B. gebrekkigen en maatschappelijk ongeschikten;
C. kinderen.
Voor elk dezer drie groepen wordt opgegeven:
1°. het totaal aantal personen, door of door bemiddeling der instelling verpleegd;
2°. het aantal der onder 1°. bedoelde personen, voor wie aangenomen wordt, dat de kosten geheel zijn terugbetaald;
3°. het aantal der onder 1°. bedoelde personen, die tijdens het verslagjaar naar een anderen vorm van verpleging zijn overgegaan;
4°. het aantal der onder 1°. bedoelde personen, voor wie de kosten geheel of gedeeltelijk werden vergoed door gemeenten of instellingen van weldadigheid.
Voor elk der categorieën 1°. en 2°. wordt opgave verstrekt van:
A. het aantal personen, verpleegd in het gesticht der instelling en het aantal verpleegdagen;
B. het aantal personen, uitbesteed in huisgezinnen en het aantal verpleegdagen;
C. het aantal personen, ter verpleging gegeven in gestichten onder ander beheer en het aantal verpleegdagen.
Betreffende kinderen wordt bovendien opgegeven, hoeveel weezen, halfweezen, voogdij- en Regeeringskinderen en andere kinderen werden verpleegd en hoeveel kinderen bij de opneming verwaarloosd of misdadig waren.
Bovendien wordt opgegeven, het aantal kinderen, over wie in het verslagjaar patronaat werd uitgeoefend:
1°. bij wijze van preventief toezicht;
2°. bij wijze van nazorg, en
3°. door ondertoezichtstelling (o. a. ingevolge artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en art. 39decies W. v. Str.).
2. De uitgaven voor ondersteuning (i. c. verpleging en uitbesteding) worden opgegeven naar de volgende indeeling:
a. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de verzorging der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer;
b. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de verzorging der verpleegden en voor de uitoefening van het beheer, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel, uitgaven voor schrijfbehoeften, druk- en bindwerk, kosten van vergaderingen e. d.;
c. verpleging in het gesticht, als: voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting, genees- en heelkundige hulp (w.o. genees- en verbandmiddelen e. d.), bezigheid of opleiding der verpleegden, en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt, benevens uitkeering in geld;
d. uitbesteding in huisgezinnen;
e. verpleging in andere gestichten.
Mede wordt opgave verstrekt van hetgeen terugontvangen is voor en van bepaalde verpleegden, ter zake van:
1°. de verpleging in het gesticht.
Hieronder ook te brengen:
a. inkoopsommen;
b. opbrengst van voorwerpen door de verpleegden vervaardigd, door de verpleegden verdiende en aan het gestichtsbestuur afgedragen loonen, opbrengst van den verkoop van afval en dergelijke roerende zaken, voortvloeiende uit het beheer van het gesticht; 2°. uitbesteding in huisgezinnen;
3°. verpleging in andere gestichten.
2°. uitbesteding in huisgezinnen;
3°. verpleging in andere gestichten.
Onder 2°. en 3°. ook te brengen de restitutie van te veel betaalde verpleegkosten.
Deze terugontvangsten moeten overigens gesplitst worden opgegeven, als:
a. Bijdragen van ouders van verpleegde kinderen.
b. Andere terugontvangsten.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl