BWBR0001883
Geldig vanaf 28-12-1931
Artikel 40
Besluit uitvoering art. 13 enz. Armenwet
1. Bij het huishoudelijk reglement wordt aan het bestuur van den armenraad onder meer opgedragen:
1°. de taak van den armenraad, omschreven in de artikelen 12 en 57 der wet, behoudens, in geval van geschil, de uitspraak van den armenraad, die door het bestuur moet worden nageleefd;
2°. de taak van den armenraad, omschreven in artikel 13, vierde lid, der wet;
3°. het toezicht op de werkzaamheden van den secretaris en diens bureau;
4°. de voorbereiding van de adviezen van den armenraad en, in gevallen, waarin niet kan worden gewacht tot de vergadering van den armenraad, het adviseeren namens den raad, onder gehoudenheid het advies ter kennis van den raad te brengen;
5°. de voorbereiding van de algemeene vergaderingen en, voor zooveel noodig, van de werkzaamheden van den armenraad.
2. Bij het huishoudelijk reglement worden voor zoover deze onderwerpen niet reeds bij of krachtens de wet zijn geregeld, voor de ambtenaren bij den armenraad met uitzondering van den secretaris, in overleg met de gemeente onderscheidenlijk de gemeenten die de kosten van den armenraad dragen, voorschriften vastgesteld betreffende:
a. aanstelling;
b. schorsing;
c. ontslag;
d. bezoldiging;
e. wachtgeld;
f. diensttijden;
g. verlof en vacantie en aanspraken ingeval van ziekte;
h. overige rechten en verplichtingen der ambtenaren;
i. disciplinaire straffen;
j. administratieve instanties, als bedoeld in het tweede lid en derde lid van artikel 3 der Ambtenarenwet 1929, voor zoover deze worden mogelijk gemaakt;
k. de wijze, waarop aan de vereenigingen van ambtenaren de gelegenheid wordt gegeven ten aanzien van de dezen betreffende algemeen verbindende voorschriften haar gevoelen te doen kennen.
1°. de taak van den armenraad, omschreven in de artikelen 12 en 57 der wet, behoudens, in geval van geschil, de uitspraak van den armenraad, die door het bestuur moet worden nageleefd;
2°. de taak van den armenraad, omschreven in artikel 13, vierde lid, der wet;
3°. het toezicht op de werkzaamheden van den secretaris en diens bureau;
4°. de voorbereiding van de adviezen van den armenraad en, in gevallen, waarin niet kan worden gewacht tot de vergadering van den armenraad, het adviseeren namens den raad, onder gehoudenheid het advies ter kennis van den raad te brengen;
5°. de voorbereiding van de algemeene vergaderingen en, voor zooveel noodig, van de werkzaamheden van den armenraad.
2. Bij het huishoudelijk reglement worden voor zoover deze onderwerpen niet reeds bij of krachtens de wet zijn geregeld, voor de ambtenaren bij den armenraad met uitzondering van den secretaris, in overleg met de gemeente onderscheidenlijk de gemeenten die de kosten van den armenraad dragen, voorschriften vastgesteld betreffende:
a. aanstelling;
b. schorsing;
c. ontslag;
d. bezoldiging;
e. wachtgeld;
f. diensttijden;
g. verlof en vacantie en aanspraken ingeval van ziekte;
h. overige rechten en verplichtingen der ambtenaren;
i. disciplinaire straffen;
j. administratieve instanties, als bedoeld in het tweede lid en derde lid van artikel 3 der Ambtenarenwet 1929, voor zoover deze worden mogelijk gemaakt;
k. de wijze, waarop aan de vereenigingen van ambtenaren de gelegenheid wordt gegeven ten aanzien van de dezen betreffende algemeen verbindende voorschriften haar gevoelen te doen kennen.
- Citeren als
- Art. 40
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl