BWBR0001883
Geldig vanaf 15-12-1929
Artikel 43
Besluit uitvoering art. 13 enz. Armenwet
1. Indien de samenstelling van een armenraad, welke eerst na 1 April 1930 kan worden vernieuwd, op dien datum niet zou overeenstemmen met de bepalingen der Armenwet, zooals deze is gewijzigd bij de wet van 22 Juni 1929 (Staatsblad n°. 326), wordt de samenstelling vóór 1 April 1930 met de wet in overeenstemming gebracht.
2. Voor zoodanigen armenraad geldt het getal, door Ons bepaald ingevolge artikel 48, eerste lid, der Armenwet, zooals dat artikel luidde vóór de wijziging bij de wet van 22 Juni 1929 ( Staatsblad n°. 326), als de som, bedoeld in artikel 42, tweede lid, der Armenwet, zooals dat thans luidt, en welke som tot grondslag strekt voor de aanwijzing van bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden.
3. In de eerste helft van de maand Januari 1930 wordt door het bestuur van den armenraad:
1°. tot iedere instelling van weldadigheid, die in den armenraad vertegenwoordigd is, het verzoek gericht, vóór 1 Februari 1930 den naam van den plaatsvervangend vertegenwoordiger of de namen der plaatsvervangende vertegenwoordigers mede te deelen;
2°. aan iedere instelling van weldadigheid, aan welke het in artikel 48 der wet omschreven recht toekomt, mededeeling gedaan van het aantal bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden, die zij mag aanwijzen. Bij die mededeeling wordt verzocht, vóór 1 Februari 1930 schriftelijk te berichten, of de instelling van haar recht in deze gebruik zal maken en zoo ja, daarbij op te geven de namen van hen, die de instelling als bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden zal aanwijzen.
4. Zoo spoedig mogelijk in de maand Februari 1930 belegt de Voorzitter eene vergadering van den armenraad, waarin zullen plaats hebben de aanwijzing en zoo noodig de verkiezing van bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden. De aanwijzing geschiedt door het doen van mededeeling door den Voorzitter van de in het voorgaande lid, onder 2°., bedoelde opgave van namen.
5. Ten aanzien van de verkiezing zijn de artikelen 24-30 van toepassing, met dien verstande, dat telkens waar in die artikelen sprake is van den Burgemeester, daarvoor wordt gelezen, de Voorzitter van den Armenraad.
2. Voor zoodanigen armenraad geldt het getal, door Ons bepaald ingevolge artikel 48, eerste lid, der Armenwet, zooals dat artikel luidde vóór de wijziging bij de wet van 22 Juni 1929 ( Staatsblad n°. 326), als de som, bedoeld in artikel 42, tweede lid, der Armenwet, zooals dat thans luidt, en welke som tot grondslag strekt voor de aanwijzing van bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden.
3. In de eerste helft van de maand Januari 1930 wordt door het bestuur van den armenraad:
1°. tot iedere instelling van weldadigheid, die in den armenraad vertegenwoordigd is, het verzoek gericht, vóór 1 Februari 1930 den naam van den plaatsvervangend vertegenwoordiger of de namen der plaatsvervangende vertegenwoordigers mede te deelen;
2°. aan iedere instelling van weldadigheid, aan welke het in artikel 48 der wet omschreven recht toekomt, mededeeling gedaan van het aantal bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden, die zij mag aanwijzen. Bij die mededeeling wordt verzocht, vóór 1 Februari 1930 schriftelijk te berichten, of de instelling van haar recht in deze gebruik zal maken en zoo ja, daarbij op te geven de namen van hen, die de instelling als bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden zal aanwijzen.
4. Zoo spoedig mogelijk in de maand Februari 1930 belegt de Voorzitter eene vergadering van den armenraad, waarin zullen plaats hebben de aanwijzing en zoo noodig de verkiezing van bestuursleden en plaatsvervangende bestuursleden. De aanwijzing geschiedt door het doen van mededeeling door den Voorzitter van de in het voorgaande lid, onder 2°., bedoelde opgave van namen.
5. Ten aanzien van de verkiezing zijn de artikelen 24-30 van toepassing, met dien verstande, dat telkens waar in die artikelen sprake is van den Burgemeester, daarvoor wordt gelezen, de Voorzitter van den Armenraad.
- Citeren als
- Art. 43
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl