BWBR0001883
Geldig vanaf 09-03-1936
Artikel 4
Besluit uitvoering art. 13 enz. Armenwet
1. Door de besturen van instellingen tot werkverschaffing (art. 29 der Armenwet) worden de opgaven van het aantal behoeftigen, aan wie werk is verschaft, verstrekt naar de volgende indeeling:
1°. totaal aantal;
2°. aantal behoeftigen, door de instelling gevoed en gehuisvest;
3°. aantal behoeftigen, door de instelling gevoed, maar niet gehuisvest.
Voor elk dezer drie categorieën wordt het aantal werkdagen opgegeven, voor zooverre dit mogelijk is.
De navolgende vragen worden mede beantwoord:
a. was de instelling gedurende het geheele jaar werkzaam? Zoo neen, gedurende welke maanden?
b. van welken aard waren de verrichte werkzaamheden? Werd ook land- of tuinarbeid verricht?
c. hoe was de regeling der loonen en in welken vorm werden zij uitbetaald?
d. werden naamregisters gehouden van de behoeftigen, aan wie werk is verschaft?
2. De uitgaven der werkverschaffing worden opgegeven naar de volgende indeeling:
a. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de werkverschaffing en voor de uitoefening van het beheer;
b. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de werkverschaffing en voor de uitoefening van het beheer, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel e. d.;
c. aankoop van grondstoffen en gereedschappen, benevens rente van gelden, opgenomen ten behoeve van de werkverschaffing;
d. in geld of in natura uitbetaalde arbeidsloonen, zoomede eventueele kosten van onderwijs en opleiding, voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt.
Als terugontvangsten worden opgegeven:
a. de opbrengst van het verschafte werk;
b. andere terugontvangsten.
1°. totaal aantal;
2°. aantal behoeftigen, door de instelling gevoed en gehuisvest;
3°. aantal behoeftigen, door de instelling gevoed, maar niet gehuisvest.
Voor elk dezer drie categorieën wordt het aantal werkdagen opgegeven, voor zooverre dit mogelijk is.
De navolgende vragen worden mede beantwoord:
a. was de instelling gedurende het geheele jaar werkzaam? Zoo neen, gedurende welke maanden?
b. van welken aard waren de verrichte werkzaamheden? Werd ook land- of tuinarbeid verricht?
c. hoe was de regeling der loonen en in welken vorm werden zij uitbetaald?
d. werden naamregisters gehouden van de behoeftigen, aan wie werk is verschaft?
2. De uitgaven der werkverschaffing worden opgegeven naar de volgende indeeling:
a. huur of huurwaarde van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de werkverschaffing en voor de uitoefening van het beheer;
b. belasting en verdere lasten en onderhoud van gebouwen, lokaliteiten en gronden bestemd voor de werkverschaffing en voor de uitoefening van het beheer, onderhoud van meubilair, traktementen en loonen van het personeel e. d.;
c. aankoop van grondstoffen en gereedschappen, benevens rente van gelden, opgenomen ten behoeve van de werkverschaffing;
d. in geld of in natura uitbetaalde arbeidsloonen, zoomede eventueele kosten van onderwijs en opleiding, voeding, kleeding, ligging, bewassching, verwarming, verlichting en alles wat verder tot onderhoud en verzorging strekt.
Als terugontvangsten worden opgegeven:
a. de opbrengst van het verschafte werk;
b. andere terugontvangsten.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl