BWBR0001828
Geldig vanaf 31-12-1823
Artikel 9
Besluit tot aanvulling der bepalingen van het besluit van 26 december 1818, Stb. 48
1. De provisoren zullen zorg dragen, dat de gelden voortkomende van aan de stichting gedaan wordende terugbetalingen, van donatien of van overschot van inkomsten, zonder uitstel worden belegd.
2. De voordragten tot uitzetting der gelden zullen met de bewijsstukken van de zekerheid der voorgestelde beleggingen, en met het advijs der provisoren, aan Gedeputeerde Staten worden gezonden, die autorisatie zullen verleenen, wanneer daartoe termen mogten aanwezig zijn.
3. Ondertusschen zullen de stichtingen geene onroerende goederen, op welke wijze ook, kunnen verkrijgen, zonder Onze speciale autorisatie.
2. De voordragten tot uitzetting der gelden zullen met de bewijsstukken van de zekerheid der voorgestelde beleggingen, en met het advijs der provisoren, aan Gedeputeerde Staten worden gezonden, die autorisatie zullen verleenen, wanneer daartoe termen mogten aanwezig zijn.
3. Ondertusschen zullen de stichtingen geene onroerende goederen, op welke wijze ook, kunnen verkrijgen, zonder Onze speciale autorisatie.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001828
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl