BWBR0001828
Geldig vanaf 31-12-1823
Artikel 15
Besluit tot aanvulling der bepalingen van het besluit van 26 december 1818, Stb. 48
1. Wanneer er redenen mogten bestaan om de bestuurders in het belang der stichting in regten te betrekken, zal dit door de provisoren geschieden, na dat Onze Minister hun daartoe zal hebben gemagtigd, of hun zulks zal hebben belast.
2. Onze Minister zal, in geval van misdraging, trouweloosheid, bankbreukigheid of erkend slecht bestuur van de zijde der bestuurders, deze in hunne functien kunnen schorsen, en zelfs voorloopig in hunne vervanging kunnen voorzien, met in achtneming, zoo veel mogelijk, van den wil der stichters.
2. Onze Minister zal, in geval van misdraging, trouweloosheid, bankbreukigheid of erkend slecht bestuur van de zijde der bestuurders, deze in hunne functien kunnen schorsen, en zelfs voorloopig in hunne vervanging kunnen voorzien, met in achtneming, zoo veel mogelijk, van den wil der stichters.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001828
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl