BWBR0001828
Geldig vanaf 31-12-1823
Artikel 6
Besluit tot aanvulling der bepalingen van het besluit van 26 december 1818, Stb. 48
1. De bestuurders zullen jaarlijks aan de provisoren eene verantwoording doen van hun beheer.
2. Deze verantwoording zal door de ontvangers aan de bestuurders in dubbel worden overgelegd, en door deze laatsten, met de bewijsstukken, aan de provisoren worden gezonden, welke na de verantding te hebben goedgekeurd, een der dubbelen zullen doen toekomen aan Gedeputeerde Staten. - Dit laatste zal geschieden in het eerste vierendeeljaars, volgende op het dienstjaar, over welk de rekening gaat.
3. De Gedeputeerde Staten zullen de rekeningen definitief sluiten, en jaarlijks, in den loop van het tweede vierendeeljaars, aan Onzen Minister een verslag doen omtrent de afgelegde verantwoordingen.
2. Deze verantwoording zal door de ontvangers aan de bestuurders in dubbel worden overgelegd, en door deze laatsten, met de bewijsstukken, aan de provisoren worden gezonden, welke na de verantding te hebben goedgekeurd, een der dubbelen zullen doen toekomen aan Gedeputeerde Staten. - Dit laatste zal geschieden in het eerste vierendeeljaars, volgende op het dienstjaar, over welk de rekening gaat.
3. De Gedeputeerde Staten zullen de rekeningen definitief sluiten, en jaarlijks, in den loop van het tweede vierendeeljaars, aan Onzen Minister een verslag doen omtrent de afgelegde verantwoordingen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001828
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl