BWBR0001828
Geldig vanaf 31-12-1823
Artikel 24
Besluit tot aanvulling der bepalingen van het besluit van 26 december 1818, Stb. 48
1. Wanneer het regt van begeving door den stichter niet mogt zijn verbonden aan eene bepaalde bediening of rang, en dit regt door overlijden of anderzins komt open te vallen, zullen de provisoren, op de wijze in art. 22 aangewezen, de verwanten of andere belanghebbenden oproepen, om voor hen hunne regten te doen gelden. Zij zullen aan Gedeputeerde Staten berigt doen toekomen van den uitslag der oproeping.
2. Wanneer de regten der opgekomen personen niet betwist, of de ontstane moeijelijkheden uit den weg geruimd worden, het zij door provisoren, het zij door Gedeputeerde Staten, zal Onze Minister de nieuwe begevers, wanneer hij daartoe termen vindt, bevestigen. Wanneer echter de opgekomene moeijelijkheden niet kunnen worden opgeheven, zal Onze Minister voorloopig beslissen, behoudens het regt van toevlugt tot den gewonen regter.
3. Op gelijke wijze zal worden te werk gegaan wanneer het regt van begeving aan eenen erkenden en reeds in bediening zijnde begever mogt worden betwist.
2. Wanneer de regten der opgekomen personen niet betwist, of de ontstane moeijelijkheden uit den weg geruimd worden, het zij door provisoren, het zij door Gedeputeerde Staten, zal Onze Minister de nieuwe begevers, wanneer hij daartoe termen vindt, bevestigen. Wanneer echter de opgekomene moeijelijkheden niet kunnen worden opgeheven, zal Onze Minister voorloopig beslissen, behoudens het regt van toevlugt tot den gewonen regter.
3. Op gelijke wijze zal worden te werk gegaan wanneer het regt van begeving aan eenen erkenden en reeds in bediening zijnde begever mogt worden betwist.
- Citeren als
- Art. 24
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001828
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl