BWBV0003614
Geldig vanaf 01-02-2010
Artikel 7
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België over de terbeschikkingstelling van een penitentiaire inrichting in Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen
1. De aangewezen autoriteit van de zendstaat plaatst gedetineerden in de penitentiaire inrichting aan wie bij de Belgische veroordeling een vrijheidsstraf is opgelegd voor de duur van ten minste één jaar, en die op het moment van de beslissing over de plaatsing:
a. niet de nationaliteit van de ontvangststaat bezitten;
b. geen ingezetenen zijn van de ontvangststaat;
c. in de ontvangststaat niet ongewenst zijn verklaard en evenmin aldaar gesignaleerd staan als niet toe te laten vreemdeling;
d. in de ontvangststaat niet gesignaleerd staan voor strafrechtelijke doeleinden;
e. in de zendstaat geen voorwerp zijn van een aanhoudingsbevel en evenmin aldaar gesignaleerd staan voor strafrechtelijke doeleinden; en
f. een vluchtrisico en maatschappelijk risico hebben dat past bij het beveiligingsniveau van de penitentiaire inrichting.
2. Op verzoek van de aangewezen autoriteit van de zendstaat verlenen de bevoegde autoriteiten van de ontvangststaat uiterlijk binnen drie werkdagen bijstand bij de toetsing van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a tot en met d. Over het bepaalde in het eerste lid, onderdeel f, kan, in voorkomend geval, overleg plaatsvinden tussen de aangewezen autoriteiten van beide staten.
a. niet de nationaliteit van de ontvangststaat bezitten;
b. geen ingezetenen zijn van de ontvangststaat;
c. in de ontvangststaat niet ongewenst zijn verklaard en evenmin aldaar gesignaleerd staan als niet toe te laten vreemdeling;
d. in de ontvangststaat niet gesignaleerd staan voor strafrechtelijke doeleinden;
e. in de zendstaat geen voorwerp zijn van een aanhoudingsbevel en evenmin aldaar gesignaleerd staan voor strafrechtelijke doeleinden; en
f. een vluchtrisico en maatschappelijk risico hebben dat past bij het beveiligingsniveau van de penitentiaire inrichting.
2. Op verzoek van de aangewezen autoriteit van de zendstaat verlenen de bevoegde autoriteiten van de ontvangststaat uiterlijk binnen drie werkdagen bijstand bij de toetsing van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a tot en met d. Over het bepaalde in het eerste lid, onderdeel f, kan, in voorkomend geval, overleg plaatsvinden tussen de aangewezen autoriteiten van beide staten.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003614
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl