BWBV0003614
Geldig vanaf 01-02-2010
Artikel 11
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België over de terbeschikkingstelling van een penitentiaire inrichting in Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen
1. Het vervoer van gedetineerden op het grondgebied van de ontvangststaat en van de zendstaat vindt plaats in opdracht van de directeur door ambtenaren die door de Minister van Justitie van de ontvangststaat daartoe zijn aangewezen.
2. Het vervoer van gedetineerden op het grondgebied van de zendstaat vindt plaats met het oog op hun rechtstreekse overbrenging tussen de penitentiaire inrichting en de strafinrichting te Wortel en vice versa.
3. In afwijking van het tweede lid, kan de directeur, indien in een situatie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, het vanuit medisch oogpunt noodzakelijk is dat een gedetineerde rechtstreeks van de penitentiaire inrichting wordt vervoerd naar een in de grensstreek van de zendstaat gelegen medisch centrum, opdracht geven tot dat vervoer.
4. Bij het vervoer van gedetineerden mogen maatregelen van rechtstreekse dwang, met name vrijheidsbeperkende en andere middelen, met het oog op de veiligheid en het ongestoorde verloop van het vervoer worden toegepast door de aangewezen ambtenaren, met inachtneming van de regeling „Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen” van de ontvangststaat.
5. De directeur is bevoegd tot het sanctioneren van een tijdens het vervoer van en naar de penitentiaire inrichting door een gedetineerde gepleegde tuchtrechtelijke inbreuk.
2. Het vervoer van gedetineerden op het grondgebied van de zendstaat vindt plaats met het oog op hun rechtstreekse overbrenging tussen de penitentiaire inrichting en de strafinrichting te Wortel en vice versa.
3. In afwijking van het tweede lid, kan de directeur, indien in een situatie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, het vanuit medisch oogpunt noodzakelijk is dat een gedetineerde rechtstreeks van de penitentiaire inrichting wordt vervoerd naar een in de grensstreek van de zendstaat gelegen medisch centrum, opdracht geven tot dat vervoer.
4. Bij het vervoer van gedetineerden mogen maatregelen van rechtstreekse dwang, met name vrijheidsbeperkende en andere middelen, met het oog op de veiligheid en het ongestoorde verloop van het vervoer worden toegepast door de aangewezen ambtenaren, met inachtneming van de regeling „Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen” van de ontvangststaat.
5. De directeur is bevoegd tot het sanctioneren van een tijdens het vervoer van en naar de penitentiaire inrichting door een gedetineerde gepleegde tuchtrechtelijke inbreuk.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003614
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl