BWBV0003614
Geldig vanaf 01-02-2010
Artikel 13
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België over de terbeschikkingstelling van een penitentiaire inrichting in Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen
1. In het geval van het overlijden van een gedetineerde in de penitentiaire inrichting, meldt de directeur dit overlijden onmiddellijk aan de officier van justitie te Breda. De directeur volgt daarna alle aanwijzingen van de bevoegde autoriteiten van de ontvangststaat op, verleent hen toegang tot de penitentiaire inrichting, laat hen het naar het recht van de ontvangststaat noodzakelijke onderzoek naar de oorzaak van het overlijden uitvoeren en verleent daaraan alle medewerking, en staat toe dat de overledene op last van de officier van justitie te Breda uit de penitentiaire inrichting wordt vervoerd naar een plaats voor verder onderzoek naar de doodsoorzaak.
2. Het resultaat van het onderzoek naar de oorzaak van het overlijden van de gedetineerde wordt aan de directeur medegedeeld.
3. Uitsluitend het recht van de ontvangststaat is van toepassing voor het instellen van een vervolgonderzoek van welke aard dan ook.
4. De directeur draagt zorg voor de overbrenging van het stoffelijke overschot naar de zendstaat, zodra dit naar het recht van de ontvangststaat is toegestaan.
2. Het resultaat van het onderzoek naar de oorzaak van het overlijden van de gedetineerde wordt aan de directeur medegedeeld.
3. Uitsluitend het recht van de ontvangststaat is van toepassing voor het instellen van een vervolgonderzoek van welke aard dan ook.
4. De directeur draagt zorg voor de overbrenging van het stoffelijke overschot naar de zendstaat, zodra dit naar het recht van de ontvangststaat is toegestaan.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0003614
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl