BWBR0051069
Geldig vanaf 2025-08-19
Artikel 17
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025
1. In aanvulling op de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, ten minste:
a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. de geregistreerde handelsnaam van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel, indien van toepassing;
c. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in maatschappelijk vastgoed;
d. een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.2 of in het geval van monumenten A.3, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag;
e. een beschrijving van het maatregelenpakket waar de aanvraag betrekking op heeft met een onderbouwing van de potentiële energiebesparing of potentiële reductie van koolstofdioxide-uitstoot;
f. een verklaring waaruit blijkt of de onderneming wel of geen bovenlokale onderneming is, als de aanvraag betrekking heeft op een entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;
g. de hoogtes van de andere subsidies, als andere subsidies voor dezelfde activiteiten zijn verstrekt;
h. een verklaring dat de subsidie niet wordt gebruikt om producten die onder de energie-etiketteringverordening vallen, en niet voldoen aan de eis van artikel 7, tweede lid, van die verordening, aan te schaffen of daarop een gebruiksrecht te verkrijgen;
i. een formulier dat aantoont dat de sportaccommodatie voor minimaal 50% van het oppervlakte en minimaal 50% van de tijd bestemd is en gebruikt wordt voor amateursport, als een stichting of vereniging een sportaccommodatie ter beschikking stelt maar de locatie van de accommodatie in het omgevingsplan niet de enkelbestemming ‘sport’ heeft; en
j. het bondsnummer van het NOC*NSF of een registratienummer van het Platform Ondernemende Sportaanbieders van de stichting of vereniging die amateursport aanbiedt of van de amateursportorganisaties die gebruikmaken van de sportaccommodatie, als een stichting of vereniging amateursport aanbiedt of een sportaccommodatie ter beschikking stelt.
2. In aanvulling op het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, als deze wordt aangevraagd voor een bovenlokale onderneming, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming:
a. een verklaring dat niet eerder subsidie voor dezelfde activiteiten is verstrekt;
b. een verklaring dat het pakket met maatregelen zal voldoen aan de vereisten van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming niet meer subsidie ontvangt dan is toegestaan op basis van de reguliere de-minimisverordening, als een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b of c, wordt aangevraagd; en
d. de groottecategorie van de onderneming, te weten klein of middelgroot in de zin van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, ofwel een grote onderneming als deze buiten de categorieën klein of middelgroot valt, als een subsidie als bedoeld in artikel 16, tweede lid, wordt aangevraagd.
a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. de geregistreerde handelsnaam van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel, indien van toepassing;
c. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in maatschappelijk vastgoed;
d. een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.2 of in het geval van monumenten A.3, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag;
e. een beschrijving van het maatregelenpakket waar de aanvraag betrekking op heeft met een onderbouwing van de potentiële energiebesparing of potentiële reductie van koolstofdioxide-uitstoot;
f. een verklaring waaruit blijkt of de onderneming wel of geen bovenlokale onderneming is, als de aanvraag betrekking heeft op een entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;
g. de hoogtes van de andere subsidies, als andere subsidies voor dezelfde activiteiten zijn verstrekt;
h. een verklaring dat de subsidie niet wordt gebruikt om producten die onder de energie-etiketteringverordening vallen, en niet voldoen aan de eis van artikel 7, tweede lid, van die verordening, aan te schaffen of daarop een gebruiksrecht te verkrijgen;
i. een formulier dat aantoont dat de sportaccommodatie voor minimaal 50% van het oppervlakte en minimaal 50% van de tijd bestemd is en gebruikt wordt voor amateursport, als een stichting of vereniging een sportaccommodatie ter beschikking stelt maar de locatie van de accommodatie in het omgevingsplan niet de enkelbestemming ‘sport’ heeft; en
j. het bondsnummer van het NOC*NSF of een registratienummer van het Platform Ondernemende Sportaanbieders van de stichting of vereniging die amateursport aanbiedt of van de amateursportorganisaties die gebruikmaken van de sportaccommodatie, als een stichting of vereniging amateursport aanbiedt of een sportaccommodatie ter beschikking stelt.
2. In aanvulling op het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, als deze wordt aangevraagd voor een bovenlokale onderneming, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming:
a. een verklaring dat niet eerder subsidie voor dezelfde activiteiten is verstrekt;
b. een verklaring dat het pakket met maatregelen zal voldoen aan de vereisten van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming niet meer subsidie ontvangt dan is toegestaan op basis van de reguliere de-minimisverordening, als een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b of c, wordt aangevraagd; en
d. de groottecategorie van de onderneming, te weten klein of middelgroot in de zin van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, ofwel een grote onderneming als deze buiten de categorieën klein of middelgroot valt, als een subsidie als bedoeld in artikel 16, tweede lid, wordt aangevraagd.