BWBR0051069
Geldig vanaf 2025-08-19
Artikel 16
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025
1. De subsidie, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt 30% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten en ten minste € 25.000 per aanvraag en ten hoogste € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak indien een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.1 of P.3, wordt uitgevoerd.
2. De subsidie, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt 40% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten en ten minste € 25.000 per aanvraag en ten hoogste € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak indien een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.2 of P.4, wordt uitgevoerd.
3. Het percentage bedoeld in het tweede lid wordt verlaagd met tien procentpunten, indien de aanvraag een bovenlokale onderneming betreft maar geen kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming, die geen kleine of middelgrote onderneming is.
4. Indien de aanvraag een bovenlokale onderneming betreft of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming, wordt het subsidiepercentage met 5 procentpunten verlaagd, indien de steun ziet op slechts één type onderdeel van een gebouw.
5. In aanvulling op het eerste en tweede lid kan hetzelfde percentage worden gesubsidieerd van de kosten, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen b en c, als dat van de projectkosten.
6. In afwijking van de artikelen 4, eerste lid, en 6, vierde lid, van het Kaderbesluitkan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die op grond van een andere regeling zijn gesubsidieerd of gefinancierd, behalve in het geval van bovenlokale ondernemingen.
7. De maximale projectkosten die voor de subsidie in aanmerking komen bedragen per labelsprong € 220 exclusief btw per m 2gebruiksoppervlakte indien een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.1 of P.2, wordt uitgevoerd.
2. De subsidie, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt 40% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten en ten minste € 25.000 per aanvraag en ten hoogste € 1.500.000 per gebouwde onroerende zaak indien een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.2 of P.4, wordt uitgevoerd.
3. Het percentage bedoeld in het tweede lid wordt verlaagd met tien procentpunten, indien de aanvraag een bovenlokale onderneming betreft maar geen kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening, of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming, die geen kleine of middelgrote onderneming is.
4. Indien de aanvraag een bovenlokale onderneming betreft of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een bovenlokale onderneming, wordt het subsidiepercentage met 5 procentpunten verlaagd, indien de steun ziet op slechts één type onderdeel van een gebouw.
5. In aanvulling op het eerste en tweede lid kan hetzelfde percentage worden gesubsidieerd van de kosten, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen b en c, als dat van de projectkosten.
6. In afwijking van de artikelen 4, eerste lid, en 6, vierde lid, van het Kaderbesluitkan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die op grond van een andere regeling zijn gesubsidieerd of gefinancierd, behalve in het geval van bovenlokale ondernemingen.
7. De maximale projectkosten die voor de subsidie in aanmerking komen bedragen per labelsprong € 220 exclusief btw per m 2gebruiksoppervlakte indien een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.1 of P.2, wordt uitgevoerd.