BWBR0051069
Geldig vanaf 2025-08-19
Artikel 10
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025
1. In aanvulling op artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, ten minste:
a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in verduurzamingsmaatregelen in maatschappelijk vastgoed;
c. een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.1 of A.3, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag;
d. de hoogtes van de andere subsidies, als andere subsidies voor dezelfde activiteiten zijn verstrekt;
e. een verklaring waaruit blijkt dat of de onderneming een bovenlokale onderneming is, als de aanvraag betrekking heeft op een entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;
f. een formulier dat aantoont dat de sportaccommodatie voor minimaal 50% van het oppervlakte en minimaal 50% van de tijd bestemd is en gebruikt wordt voor amateursport, als een stichting of vereniging een sportaccommodatie ter beschikking stelt maar de locatie van de accommodatie in het omgevingsplan niet de enkelbestemming ‘sport’ heeft; en
g. het bondsnummer van het NOC*NSF of een registratienummer van het Platform Ondernemende Sportaanbieders van de stichting of vereniging die amateursport aanbiedt of van de amateursportorganisaties die gebruikmaken van de sportaccommodatie, als een stichting of vereniging amateursport aanbiedt of een sportaccommodatie ter beschikking stelt.
2. In afwijking van artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, in plaats van een gespecificeerde begroting de offertes van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bevatten.
3. In aanvulling op het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, als deze gerechtvaardigd wordt door de algemene groepsvrijstellingverordening of de reguliere de-minimisverordening:
a. een verklaring dat niet eerder subsidie voor dezelfde activiteiten is verstrekt;
b. een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming niet meer subsidie ontvangt dan is toegestaan op basis van de reguliere de-minimisverordening, als de subsidieaanvraag of een deel ervan op grond van de reguliere de-minimisverordening wordt gerechtvaardigd; en
c. een verklaring dat het pakket met maatregelen zal voldoen aan de vereisten van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
4. In afwijking van het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, als de subsidie wordt gerechtvaardigd door de algemene groepsvrijstellingsverordening, een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.5, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag.
a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in verduurzamingsmaatregelen in maatschappelijk vastgoed;
c. een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.1 of A.3, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag;
d. de hoogtes van de andere subsidies, als andere subsidies voor dezelfde activiteiten zijn verstrekt;
e. een verklaring waaruit blijkt dat of de onderneming een bovenlokale onderneming is, als de aanvraag betrekking heeft op een entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent;
f. een formulier dat aantoont dat de sportaccommodatie voor minimaal 50% van het oppervlakte en minimaal 50% van de tijd bestemd is en gebruikt wordt voor amateursport, als een stichting of vereniging een sportaccommodatie ter beschikking stelt maar de locatie van de accommodatie in het omgevingsplan niet de enkelbestemming ‘sport’ heeft; en
g. het bondsnummer van het NOC*NSF of een registratienummer van het Platform Ondernemende Sportaanbieders van de stichting of vereniging die amateursport aanbiedt of van de amateursportorganisaties die gebruikmaken van de sportaccommodatie, als een stichting of vereniging amateursport aanbiedt of een sportaccommodatie ter beschikking stelt.
2. In afwijking van artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, in plaats van een gespecificeerde begroting de offertes van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bevatten.
3. In aanvulling op het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, als deze gerechtvaardigd wordt door de algemene groepsvrijstellingverordening of de reguliere de-minimisverordening:
a. een verklaring dat niet eerder subsidie voor dezelfde activiteiten is verstrekt;
b. een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming niet meer subsidie ontvangt dan is toegestaan op basis van de reguliere de-minimisverordening, als de subsidieaanvraag of een deel ervan op grond van de reguliere de-minimisverordening wordt gerechtvaardigd; en
c. een verklaring dat het pakket met maatregelen zal voldoen aan de vereisten van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
4. In afwijking van het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, als de subsidie wordt gerechtvaardigd door de algemene groepsvrijstellingsverordening, een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A.5, dat niet ouder is dan 48 maanden op het moment van de aanvraag.