BWBR0051069
Geldig vanaf 2025-08-19
Artikel 12
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed 2025
1. Onverminderd artikel 21 van het Kaderbesluit, is de subsidieontvanger verplicht:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt binnen 24 maanden na de subsidieverlening te realiseren; en
b. voor subsidies van meer dan € 25.000: de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze.
2. Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
3. De subsidieontvanger dient iedere gas- of elektriciteitsaansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswetof artikel 1, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998waar de subsidie betrekking op heeft te koppelen aan een slimme meter, indien dat nog niet is gedaan.
4. Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd en dat beschikt over een gasaansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswet, dienen de activiteiten ten minste te leiden tot de vervanging van de aansluiting op gas.
5. Artikel 19 van het Kaderbesluitis niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a.
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt binnen 24 maanden na de subsidieverlening te realiseren; en
b. voor subsidies van meer dan € 25.000: de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze.
2. Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
3. De subsidieontvanger dient iedere gas- of elektriciteitsaansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswetof artikel 1, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998waar de subsidie betrekking op heeft te koppelen aan een slimme meter, indien dat nog niet is gedaan.
4. Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd en dat beschikt over een gasaansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswet, dienen de activiteiten ten minste te leiden tot de vervanging van de aansluiting op gas.
5. Artikel 19 van het Kaderbesluitis niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a.