BWBR0050401
Geldig vanaf 01-01-2025
Artikel 2.14
Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES
1. Een cliënt doet aan Onze Minister of het bestuurscollege mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit als bedoeld in artikel 2.8 of 2.9.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien die feiten en omstandigheden door Onze Minister of het bestuurscollege kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens.
3. De cliënt is verplicht aan Onze Minister of het bestuurscollege desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien die feiten en omstandigheden door Onze Minister of het bestuurscollege kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens.
3. De cliënt is verplicht aan Onze Minister of het bestuurscollege desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4.
- Wet
- Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES
- Citeren als
- Art. 2.14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050401
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl