BWBR0050401
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 1.2
Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES
... 1 Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt: a. als ongehuwde partner aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een bloedverwant in de eerste graad betreft; b. als echtgenoot niet aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie degene gehuwd is. 2 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien de betrokkenen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 3 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij voormalig partners zijn; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een bij regeling van Onze Minister aangewezen registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het tweede lid. 4 Bij regeling van Onze Minister: a. kunnen regels worden gesteld over welke registraties, gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het derde lid, onderdeel d; b. kunnen regels worden gesteld over het blijk geven zorg te dragen voor een ander als bedoeld in het tweede lid.