BWBR0050401
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.8
Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES
... 1 Onze Minister besluit over verstrekking van een maatwerkvoorziening, met uitzondering van opvang, voor zover de cliënt in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van andere personen uit diens sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen voldoende zelfredzaam is, voldoende in staat is tot participatie of in staat is om zich te handhaven in de samenleving. 2 De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin: a. de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; of b. wordt voldaan aan de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen en de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 3 De maatwerkvoorziening is, voor zover daartoe aanleiding bestaat, afgestemd op: a. de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt; b. zorg en overige diensten als bedoeld bij of krachtens het Besluit zorgverzekering BES , c. pleegzorg als bedoeld in het Besluit Pleegzorg BES die de cliënt ontvangt of kan ontvangen; d. scholing die of onderwijs dat de cliënt volgt dan wel kan volgen; e. betaalde werkzaamheden; f. de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de cliënt. 4 Onze Minister kan een maatwerkvoorziening weigeren: a. indien de maatwerkvoorziening niet beschikbaar is op het grondgebied van het openbaar lichaam waar de cliënt woonachtig is; b. voor zover de cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van het Besluit zorgverzekering BES , dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande; c. indien de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid; d. indien er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat een cliënt niet zal voldoen aan verplichtingen verbonden aan de maatwerkvoorziening; e. indien er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de maatwerkvoorziening niet passend of doeltreffend zal zijn, door de cliënt niet of oneigenlijk zal worden gebruikt, of een gevaar zal vormen voor de cliënt of diens omgeving; of f. indien de noodzaak tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening aan de cliënt te wijten is of redelijkerwijs aan de cliënt kan worden toegerekend of indien een eerder verstrekte maatwerkvoorziening nog voldoende ondersteuning biedt. 5 Onze Minister besluit binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.