BWBR0050401
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.23
Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES
... 1 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over welke aanbieders van maatschappelijke ondersteuning, niet zijnde aanbieders die alleen hulpmiddelen of woningaanpassingen leveren, beschikken over een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 15, derde lid, van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES , voor beroepskrachten en andere personen die beroepsmatig met diens cliënten in contact kunnen komen, welke niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor deze aanbieder ging werken. 2 Indien de aanbieder van maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs mag vermoeden dat een beroepskracht niet voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, verlangt deze aanbieder dat die beroepskracht binnen tien weken een verklaring overlegt die niet ouder is dan drie maanden. 3 Indien de aanbieder van maatschappelijke ondersteuning voor een beroepskracht bij het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn niet in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, neemt deze aanbieder zo spoedig mogelijk de maatregelen die noodzakelijk zijn ter bescherming van zijn cliënten. 4 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over welke aanbieders van maatschappelijke ondersteuning, zijnde solistisch werkende natuurlijke personen, beschikken over een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 15, derde lid, van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES , welke niet ouder is dan drie jaar.