BWBR0050401
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 3.7
Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES
... 1 De volgende partijen stellen een beschermingscode huiselijk geweld en kindermishandeling vast voor hun medewerkers, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden: a. de aanbieder van maatschappelijke ondersteuning, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert; b. de zorgaanbieder, met uitzondering van de zorgaanbieder die slechts zorg verleent als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen g en j, van het Besluit zorgverzekering BES ; c. de aanbieder van jeugdzorg en de (gezins)voogdij-instelling; d. de houder van een kindercentrum; e. het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES en artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of de natuurlijke persoon dan wel de rechtspersoon die een school in stand houdt die niet uit de openbare kas wordt bekostigd; f. het bevoegd gezag van een instelling, bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES ; g. het expertisecentrum onderwijszorg, bedoeld in artikel 1 Wet primair onderwijs BES , artikel 11.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES ; h. de Stichting Reclassering Caribisch Nederland; en i. de directeur of het hoofd van een gesticht als bedoeld in artikel 2 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES . 2 Het bestuurscollege stelt een beschermingscode als bedoeld in het eerste lid vast voor: a. de medewerker die de jeugdgezondheidszorg, bedoeld in artikel 5 van de Wet publieke gezondheid , uitvoert; en b. de ambtenaar, bedoeld in artikel 28 van de Leerplichtwet BES . 3 De in dit artikel genoemde partijen bevorderen de kennis en het gebruik van de beschermingscode.