BWBR0049962
Geldig vanaf 2025-03-01
Artikel 1.5
Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
1. Elke deelnemer verstrekt de bij of krachtens deze wet aangewezen categorieën van gegevens aan het samenwerkingsverband, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel van het samenwerkingsverband, tenzij naar het oordeel van de deelnemer zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten. Deze verplichting tot verstrekking is mede van toepassing indien een specifieke geheimhoudingsbepaling van toepassing is die het toelaat dat een ander wettelijk voorschrift daarop een uitzondering maakt.
2. Voor zover een specifieke geheimhoudingsbepaling van toepassing is die het niet toelaat dat een ander wettelijk voorschrift daarop een uitzondering maakt, verstrekt een deelnemer de gegevens op grond van de volgende uitzonderingen:
a. artikel 20, derde lid, van de Wet politiegegevens;
b. de artikelen 8b, 39fa en 51ca van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
c. artikel 1:93ga van de Wet op het financieel toezicht;
d. artikel 63ea van de Wet toezicht accountantsorganisaties;
e. artikel 56a van de Wet toezicht trustkantoren 2018;
f. de artikelen 22d en 23aa van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
g. artikel 10i van de Sanctiewet 1977;
h. artikel 6a van de Wet toezicht financiële verslaggeving;
i. artikel 3.3 0a van de Wet handhaving consumentenbescherming;
j. artikel 208c van de Pensioenwet;
k. artikel 202c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
3. Het eerste lid is mede van toepassing op persoonsgegevens van strafrechtelijke aard.
4. Onverminderd artikel 20, derde lid, van de Wet politiegegevens, verstrekt de rijksbelastingdienst, bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geen gegevens aan deelnemers voor zover dit private partijen zijn.
2. Voor zover een specifieke geheimhoudingsbepaling van toepassing is die het niet toelaat dat een ander wettelijk voorschrift daarop een uitzondering maakt, verstrekt een deelnemer de gegevens op grond van de volgende uitzonderingen:
a. artikel 20, derde lid, van de Wet politiegegevens;
b. de artikelen 8b, 39fa en 51ca van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
c. artikel 1:93ga van de Wet op het financieel toezicht;
d. artikel 63ea van de Wet toezicht accountantsorganisaties;
e. artikel 56a van de Wet toezicht trustkantoren 2018;
f. de artikelen 22d en 23aa van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
g. artikel 10i van de Sanctiewet 1977;
h. artikel 6a van de Wet toezicht financiële verslaggeving;
i. artikel 3.3 0a van de Wet handhaving consumentenbescherming;
j. artikel 208c van de Pensioenwet;
k. artikel 202c van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
3. Het eerste lid is mede van toepassing op persoonsgegevens van strafrechtelijke aard.
4. Onverminderd artikel 20, derde lid, van de Wet politiegegevens, verstrekt de rijksbelastingdienst, bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geen gegevens aan deelnemers voor zover dit private partijen zijn.