BWBR0049962
Geldig vanaf 2025-03-01
Artikel 2.23
Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
1. Een deelnemer kan bij een Regionaal Informatie- en Expertisecentrum een signaal dat verband houdt met het doel, bedoeld in artikel 2.17, melden en daartoe gegevens verwerken.
2. De deelnemers beoordelen of het signaal in overeenstemming is met het doel, bedoeld in artikel 2.17.
3. Bij de afweging of een signaal voldoende aanleiding geeft tot gezamenlijke verwerking van gegevens in het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum, toetsen de deelnemers aan:
a. het type signaal;
b. het aantal signalen alsmede de aard en omvang daarvan;
c. het gewicht van het signaal en de reeds gepleegde interventies ter zake van het signaal of de signalen, en
d. het aantal deelnemers dat overeenkomstige signalen meldt, alsmede het verband tussen de signalen.
4. Indien dit signaal naar het oordeel van de deelnemers aanleiding geeft tot het verrichten van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, in het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum en dit noodzakelijk is met het oog op het doel, bedoeld in artikel 2.17, kunnen de deelnemers overgaan tot verzameling en uitwisseling van, alsmede samenvoeging met andere relevante gegevens, bedoeld in artikel 2.22, die beschikbaar zijn bij de deelnemers.
5. De deelnemers beoordelen welke deelnemers met het oog op het doel in de zin van artikel 2.17moeten worden betrokken bij de te verrichten activiteit en daarbij gegevens mogen verwerken.
6. Bij de verwerking van gegevens in het kader van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a. indien een signaal aanleiding geeft tot gezamenlijke verwerking van gegevens in het kader van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, met het oog op het doel, bedoeld in artikel 2.17, kunnen de betrokken deelnemers relevante gegevens, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 1°, en onderdeel b, onderdeel 1°, verwerken;
b. indien de deelnemers gezamenlijk gegevens verwerken ter uitvoering van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, en dat noodzakelijk is met het oog op het doel, bedoeld in artikel 2.17, kunnen de deelnemers in aanvulling op de gegevens, bedoeld in onderdeel a van dit lid, de gegevens verwerken, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 2°, en onderdeel b, onderdeel 2°;
c. indien de deelnemers gezamenlijk gegevens verwerken ter uitvoering van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onderdelen a of b, en dat noodzakelijk is met het oog op het doel, bedoeld in artikel 2.17, kunnen de deelnemers in aanvulling op de gegevens, bedoeld in onderdelen a en b van dit lid, de gegevens verwerken, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 3°, en onderdeel b, onderdeel 3°.
7. Indien dit naar het oordeel van de deelnemers noodzakelijk is met het oog op het doel in de zin van artikel 2.17, kunnen de deelnemers in afstemming afspraken maken over interventies, kunnen zij interventieadviezen geven aan een of meer deelnemers en kunnen zij daartoe gegevens verwerken. Indien de deelnemers in afstemming afspraken hebben gemaakt over interventies die ten aanzien van een betrokkene of betrokkenen of een rechtspersoon of rechtspersonen worden ingezet, kunnen zij ter uitvoering daarvan gegevens verwerken.
8. Overeenkomstig artikel 1.7, tweede lid, kunnen de resultaten van de gezamenlijke verwerking van gegevens op grond van dit artikel aan een derde worden verstrekt.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de gezamenlijke verwerking van gegevens ter uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 2.18, waaronder over de criteria waaraan een signaal moet voldoen en de criteria voor verstrekking van de resultaten van de gezamenlijke verwerking van gegevens aan een derde.
2. De deelnemers beoordelen of het signaal in overeenstemming is met het doel, bedoeld in artikel 2.17.
3. Bij de afweging of een signaal voldoende aanleiding geeft tot gezamenlijke verwerking van gegevens in het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum, toetsen de deelnemers aan:
a. het type signaal;
b. het aantal signalen alsmede de aard en omvang daarvan;
c. het gewicht van het signaal en de reeds gepleegde interventies ter zake van het signaal of de signalen, en
d. het aantal deelnemers dat overeenkomstige signalen meldt, alsmede het verband tussen de signalen.
4. Indien dit signaal naar het oordeel van de deelnemers aanleiding geeft tot het verrichten van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, in het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum en dit noodzakelijk is met het oog op het doel, bedoeld in artikel 2.17, kunnen de deelnemers overgaan tot verzameling en uitwisseling van, alsmede samenvoeging met andere relevante gegevens, bedoeld in artikel 2.22, die beschikbaar zijn bij de deelnemers.
5. De deelnemers beoordelen welke deelnemers met het oog op het doel in de zin van artikel 2.17moeten worden betrokken bij de te verrichten activiteit en daarbij gegevens mogen verwerken.
6. Bij de verwerking van gegevens in het kader van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a. indien een signaal aanleiding geeft tot gezamenlijke verwerking van gegevens in het kader van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, met het oog op het doel, bedoeld in artikel 2.17, kunnen de betrokken deelnemers relevante gegevens, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 1°, en onderdeel b, onderdeel 1°, verwerken;
b. indien de deelnemers gezamenlijk gegevens verwerken ter uitvoering van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, en dat noodzakelijk is met het oog op het doel, bedoeld in artikel 2.17, kunnen de deelnemers in aanvulling op de gegevens, bedoeld in onderdeel a van dit lid, de gegevens verwerken, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 2°, en onderdeel b, onderdeel 2°;
c. indien de deelnemers gezamenlijk gegevens verwerken ter uitvoering van een activiteit, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onderdelen a of b, en dat noodzakelijk is met het oog op het doel, bedoeld in artikel 2.17, kunnen de deelnemers in aanvulling op de gegevens, bedoeld in onderdelen a en b van dit lid, de gegevens verwerken, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 3°, en onderdeel b, onderdeel 3°.
7. Indien dit naar het oordeel van de deelnemers noodzakelijk is met het oog op het doel in de zin van artikel 2.17, kunnen de deelnemers in afstemming afspraken maken over interventies, kunnen zij interventieadviezen geven aan een of meer deelnemers en kunnen zij daartoe gegevens verwerken. Indien de deelnemers in afstemming afspraken hebben gemaakt over interventies die ten aanzien van een betrokkene of betrokkenen of een rechtspersoon of rechtspersonen worden ingezet, kunnen zij ter uitvoering daarvan gegevens verwerken.
8. Overeenkomstig artikel 1.7, tweede lid, kunnen de resultaten van de gezamenlijke verwerking van gegevens op grond van dit artikel aan een derde worden verstrekt.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de gezamenlijke verwerking van gegevens ter uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 2.18, waaronder over de criteria waaraan een signaal moet voldoen en de criteria voor verstrekking van de resultaten van de gezamenlijke verwerking van gegevens aan een derde.