BWBR0048391
Geldig vanaf 2023-07-15
Artikel 8
Subsidieregeling intergenerationeel wonen
1. Een aanvraag tot subsidieverlening voor het kalenderjaar 2023 kan worden ingediend van 17 juli 2023 om 9.00 uur tot en met 15 september 2023 om 16.00 uur.
2. Een aanvraag tot subsidieverlening voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aanvangen in het kalenderjaar 2024 kan worden ingediend van 2 januari 2024 om 9.00 uur tot en met 31 mei 2024 om 16.00 uur.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aanvangen in het kalenderjaar 2025 kan worden ingediend van 18 november 2024 om 09.00 uur tot en met 30 april 2025 om 16.00 uur.
4. Voor de aanvraag, de verklaringen van de verhuurder, bedoeld in het vierde lid en de begroting, wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
5. Bij de aanvraag verklaart de verhuurder in een activiteitenplan:
a. dat deze voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6;
b. ingeval van activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, op welke wijze de jongere bijdraagt aan de cohesie en sociale interactie; en
c. ingeval van activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, een toelichting op welke wijze de begeleider aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, vierde lid, voldoet en op welke wijze de jongere wordt begeleid.
6. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregelinggaat de aanvraag vergezeld van:
a. een document waaruit blijkt dat sprake is van een geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen dat uiterlijk op 1 januari van het jaar van het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening is vastgesteld en door eenieder op basis van openbare informatie verifieerbaar is;
b. het document dat het resultaat is van een ingevulde huurprijscheck van de woonruimte, per woonruimte;
c. een door de minister vastgestelde ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een dienst van algemeen economisch belang, als bedoeld in artikel 5, tweede lid; en
d. een door de minister vastgestelde DAEB de-minimisverklaring.
2. Een aanvraag tot subsidieverlening voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aanvangen in het kalenderjaar 2024 kan worden ingediend van 2 januari 2024 om 9.00 uur tot en met 31 mei 2024 om 16.00 uur.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die aanvangen in het kalenderjaar 2025 kan worden ingediend van 18 november 2024 om 09.00 uur tot en met 30 april 2025 om 16.00 uur.
4. Voor de aanvraag, de verklaringen van de verhuurder, bedoeld in het vierde lid en de begroting, wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
5. Bij de aanvraag verklaart de verhuurder in een activiteitenplan:
a. dat deze voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6;
b. ingeval van activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, op welke wijze de jongere bijdraagt aan de cohesie en sociale interactie; en
c. ingeval van activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, een toelichting op welke wijze de begeleider aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, vierde lid, voldoet en op welke wijze de jongere wordt begeleid.
6. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregelinggaat de aanvraag vergezeld van:
a. een document waaruit blijkt dat sprake is van een geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen dat uiterlijk op 1 januari van het jaar van het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening is vastgesteld en door eenieder op basis van openbare informatie verifieerbaar is;
b. het document dat het resultaat is van een ingevulde huurprijscheck van de woonruimte, per woonruimte;
c. een door de minister vastgestelde ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een dienst van algemeen economisch belang, als bedoeld in artikel 5, tweede lid; en
d. een door de minister vastgestelde DAEB de-minimisverklaring.