BWBR0048391
Geldig vanaf 2023-07-15
Artikel 6
Subsidieregeling intergenerationeel wonen
1. Subsidie wordt enkel verstrekt aan een verhuurder die op 1 januari van het jaar van het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening in het handelsregister stond ingeschreven met een hoofd- of nevenactiviteit met een bijhorende SBI-code die in Bijlage 1is opgenomen.
2. De periode voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid:
a. wordt door de verhuurder beoogd uiterlijk aan te vangen binnen drie maanden na het besluit tot subsidieverlening; en
b. loopt tot en met 31 december van het eerste of het tweede jaar volgend op de datum van het besluit tot subsidieverlening.
3. Subsidie wordt enkel verstrekt indien:
a. de geclusterde woonvorm: 1°. beschikt over vijf of meer separate adressen; of
2°. bestemd is voor bewoning door personen die recht hebben op zorg in de zin van artikel 3.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg;
1°. beschikt over vijf of meer separate adressen; of
2°. bestemd is voor bewoning door personen die recht hebben op zorg in de zin van artikel 3.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg;
b. de woonruimte wordt verhuurd of zal worden verhuurd aan een jongere die een leeftijd vanaf 18 tot en met 30 jaar heeft op het moment dat de huurovereenkomst wordt gesloten;
c. gedurende de subsidieperiode voor minimaal twee en maximaal tien jongeren per geclusterde woonvorm een woonruimte beschikbaar is;
d. een huurovereenkomst voor de woonruimte wordt opgesteld waarin in ieder geval wordt opgenomen: 1°. de geboortedatum van de jongere;
2°. een omschrijving van de woonruimte, waaronder of het een zelfstandige woning, als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of onzelfstandige woning betreft en het aantal m²;
3°. de kale huurprijs;
4°. een waarborg dat de kale huurprijs per maand niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de huurprijscheck verminderd met het bedrag dat wordt ontvangen aan subsidie voor de woonruimte op grond van de regeling; en
5°. dat de jongere een bijdrage zal leveren aan de cohesie en sociale interactie in de geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen en daarbij wordt begeleid door een begeleider.
1°. de geboortedatum van de jongere;
2°. een omschrijving van de woonruimte, waaronder of het een zelfstandige woning, als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of onzelfstandige woning betreft en het aantal m²;
3°. de kale huurprijs;
4°. een waarborg dat de kale huurprijs per maand niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de huurprijscheck verminderd met het bedrag dat wordt ontvangen aan subsidie voor de woonruimte op grond van de regeling; en
5°. dat de jongere een bijdrage zal leveren aan de cohesie en sociale interactie in de geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen en daarbij wordt begeleid door een begeleider.
4. Subsidie wordt enkel verstrekt voor activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, voor een begeleider die:
a. een op gedrag en maatschappij of zorg en welzijn gerichte middenkaderopleiding of een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs met goed gevolg heeft afgesloten en ten bewijze daarvan een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft ontvangen; of
b. drie jaar relevante werkervaring op het gebied van gedrag en maatschappij of zorg en welzijn heeft.
5. Indien sprake is van subsidiabele activiteiten die zien op meer dan een woonruimte, wordt daarvoor door de verhuurder per periode bedoeld in het tweede lid, één aanvraag ingediend.
6. Subsidie wordt enkel opnieuw verstrekt aan een verhuurder na afloop van de periode, bedoeld in het tweede lid, van de reeds aan die verhuurder op grond van deze regeling verstrekte subsidie.
2. De periode voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid:
a. wordt door de verhuurder beoogd uiterlijk aan te vangen binnen drie maanden na het besluit tot subsidieverlening; en
b. loopt tot en met 31 december van het eerste of het tweede jaar volgend op de datum van het besluit tot subsidieverlening.
3. Subsidie wordt enkel verstrekt indien:
a. de geclusterde woonvorm: 1°. beschikt over vijf of meer separate adressen; of
2°. bestemd is voor bewoning door personen die recht hebben op zorg in de zin van artikel 3.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg;
1°. beschikt over vijf of meer separate adressen; of
2°. bestemd is voor bewoning door personen die recht hebben op zorg in de zin van artikel 3.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg;
b. de woonruimte wordt verhuurd of zal worden verhuurd aan een jongere die een leeftijd vanaf 18 tot en met 30 jaar heeft op het moment dat de huurovereenkomst wordt gesloten;
c. gedurende de subsidieperiode voor minimaal twee en maximaal tien jongeren per geclusterde woonvorm een woonruimte beschikbaar is;
d. een huurovereenkomst voor de woonruimte wordt opgesteld waarin in ieder geval wordt opgenomen: 1°. de geboortedatum van de jongere;
2°. een omschrijving van de woonruimte, waaronder of het een zelfstandige woning, als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of onzelfstandige woning betreft en het aantal m²;
3°. de kale huurprijs;
4°. een waarborg dat de kale huurprijs per maand niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de huurprijscheck verminderd met het bedrag dat wordt ontvangen aan subsidie voor de woonruimte op grond van de regeling; en
5°. dat de jongere een bijdrage zal leveren aan de cohesie en sociale interactie in de geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen en daarbij wordt begeleid door een begeleider.
1°. de geboortedatum van de jongere;
2°. een omschrijving van de woonruimte, waaronder of het een zelfstandige woning, als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of onzelfstandige woning betreft en het aantal m²;
3°. de kale huurprijs;
4°. een waarborg dat de kale huurprijs per maand niet hoger is dan het bedrag dat volgt uit de huurprijscheck verminderd met het bedrag dat wordt ontvangen aan subsidie voor de woonruimte op grond van de regeling; en
5°. dat de jongere een bijdrage zal leveren aan de cohesie en sociale interactie in de geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen en daarbij wordt begeleid door een begeleider.
4. Subsidie wordt enkel verstrekt voor activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, voor een begeleider die:
a. een op gedrag en maatschappij of zorg en welzijn gerichte middenkaderopleiding of een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs met goed gevolg heeft afgesloten en ten bewijze daarvan een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft ontvangen; of
b. drie jaar relevante werkervaring op het gebied van gedrag en maatschappij of zorg en welzijn heeft.
5. Indien sprake is van subsidiabele activiteiten die zien op meer dan een woonruimte, wordt daarvoor door de verhuurder per periode bedoeld in het tweede lid, één aanvraag ingediend.
6. Subsidie wordt enkel opnieuw verstrekt aan een verhuurder na afloop van de periode, bedoeld in het tweede lid, van de reeds aan die verhuurder op grond van deze regeling verstrekte subsidie.