BWBR0048391
Geldig vanaf 2023-07-15
Artikel 10
Subsidieregeling intergenerationeel wonen
1. Indien sprake is van leegstand van de woonruimte meldt de verhuurder dit schriftelijk in aanvulling op en in afwijking van artikel 5.7, eerste lid, van de Kaderreling:
a. bij minder dan drie maanden leegstand: 1°. indien een verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, uiterlijk op de laatste dag van de periode, bedoeld in artikel 6, tweede lid; of
2°. indien een verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling;
1°. indien een verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, uiterlijk op de laatste dag van de periode, bedoeld in artikel 6, tweede lid; of
2°. indien een verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling;
b. bij drie maanden leegstand of meer, onverwijld na afloop van de drie maanden.
2. De betaalde kale huurprijs mag niet hoger zijn dan die in de huurovereenkomst is opgenomen, behoudens verhogingen conform wet- en regelgeving.
a. bij minder dan drie maanden leegstand: 1°. indien een verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, uiterlijk op de laatste dag van de periode, bedoeld in artikel 6, tweede lid; of
2°. indien een verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling;
1°. indien een verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, uiterlijk op de laatste dag van de periode, bedoeld in artikel 6, tweede lid; of
2°. indien een verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling;
b. bij drie maanden leegstand of meer, onverwijld na afloop van de drie maanden.
2. De betaalde kale huurprijs mag niet hoger zijn dan die in de huurovereenkomst is opgenomen, behoudens verhogingen conform wet- en regelgeving.