BWBR0048391
Geldig vanaf 2023-07-15
Artikel 4
Subsidieregeling intergenerationeel wonen
1. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 1.5, onder a, onder 2°, van de Kaderregeling.
2. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt bestaan de te subsidiëren activiteiten uit meetbare prestatie-eenheden en wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 1.5, onder b, van de Kaderregeling.
2. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt bestaan de te subsidiëren activiteiten uit meetbare prestatie-eenheden en wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd, overeenkomstig artikel 1.5, onder b, van de Kaderregeling.