BWBR0048391
Geldig vanaf 2023-07-15
Artikel 3
Subsidieregeling intergenerationeel wonen
1. De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een verhuurder voor:
a. het verhuren van een woonruimte aan jongeren in een geclusterde woonvorm die bestemd is voor bewoning door ouderen; en
b. enkel in aanvulling op de activiteit, bedoeld onder a, het faciliteren van een begeleider voor de jongere woonachtig in een woonruimte in een geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen.
2. De hoogte van de subsidie bedraagt:
a. voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, per jongere per woonruimte per maand: 1°. € 200,–; of
2°. 1/12 van het bedrag per kalenderjaar van de vergoeding voor vrijwilligers zoals omschreven in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Het gaat dan om het bedrag per kalenderjaar dat van toepassing is op het eerste jaar dat de subsidiabele activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor de subsidie wordt verstrekt aanvangen;
1°. € 200,–; of
2°. 1/12 van het bedrag per kalenderjaar van de vergoeding voor vrijwilligers zoals omschreven in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Het gaat dan om het bedrag per kalenderjaar dat van toepassing is op het eerste jaar dat de subsidiabele activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor de subsidie wordt verstrekt aanvangen;
b. voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, € 70 per uur voor de begeleiding van de jongere tot ten hoogste 4 uur per jongere per maand; en
c. maximaal € 1.000.000 per verhuurder per periode bedoeld in artikel 6, tweede lid.
a. het verhuren van een woonruimte aan jongeren in een geclusterde woonvorm die bestemd is voor bewoning door ouderen; en
b. enkel in aanvulling op de activiteit, bedoeld onder a, het faciliteren van een begeleider voor de jongere woonachtig in een woonruimte in een geclusterde woonvorm bestemd voor ouderen.
2. De hoogte van de subsidie bedraagt:
a. voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, per jongere per woonruimte per maand: 1°. € 200,–; of
2°. 1/12 van het bedrag per kalenderjaar van de vergoeding voor vrijwilligers zoals omschreven in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Het gaat dan om het bedrag per kalenderjaar dat van toepassing is op het eerste jaar dat de subsidiabele activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor de subsidie wordt verstrekt aanvangen;
1°. € 200,–; of
2°. 1/12 van het bedrag per kalenderjaar van de vergoeding voor vrijwilligers zoals omschreven in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Het gaat dan om het bedrag per kalenderjaar dat van toepassing is op het eerste jaar dat de subsidiabele activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor de subsidie wordt verstrekt aanvangen;
b. voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, € 70 per uur voor de begeleiding van de jongere tot ten hoogste 4 uur per jongere per maand; en
c. maximaal € 1.000.000 per verhuurder per periode bedoeld in artikel 6, tweede lid.