BWBR0048384
Geldig vanaf 2025-06-30
Artikel 4
Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp
1. De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een plan van aanpak dat is gericht op jeugdigen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, die tijdelijk dag en nacht op een gesloten of open accommodatie, inclusief kleinschalige voorziening verblijven, niet zijnde jeugdigen die vanwege een strafrechtelijke uitspraak geplaatst zijn en verblijven in justitiële jeugdinrichtingen.
2. De leeftijdsgrens van jeugdigen, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de coalitie of coalities die jeugdigen van de Bergse Veldschool bij de gesloten jeugdhulpinstelling Bergse Bos begeleiden in de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg.
3. De Minister kan voor de doelgroep als bedoeld in het eerste lid subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:
a. de inzet van gespecialiseerde medewerkers of docenten met kennis over residentiële jeugdigen om docenten in het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of het middelbaar beroepsonderwijs te ondersteunen bij het bieden van onderwijs aan jeugdigen die in de residentiele jeugdhulp verblijven;
b. het bieden van begeleiding bij het onderwijs- en ontwikkelproces van de jeugdige, met als doel dat de school waar de jeugdige op dat moment onderwijs krijgt betrokken blijft bij de ontwikkeling van de jeugdige die van een grootschalige gesloten accommodatie naar een kleinschalige voorziening wordt overgeplaatst;
c. de afstemming tussen scholen bij de individuele begeleiding van een jeugdige in de overstap naar passend en aansluitend onderwijs in de omgeving;
d. het faciliteren van het onderwijspersoneel van scholen verbonden aan gesloten accommodaties bij de opbouw van onderwijs of onderwijsondersteuning bij kleinschalige voorzieningen of bij alternatieven van gesloten jeugdhulp;
e. de ondersteuning bij de individuele casuïstiek van jeugdigen in verschillende schoolsoorten, van primair onderwijs tot en met middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, of begeleiding van jeugdigen naar stagemogelijkheden of beschikbare onderwijsvoorzieningen;
f. kennisopbouw en deskundigheidsbevordering bij consulenten van de samenwerkingsverbanden, onderwijsteams en regionale expertteams jeugd of bovenregionale expertisenetwerken jeugd over de ontwikkeling van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en het onderwijs bij kleinschalige voorzieningen;
g. het opzetten, inrichten en borgen van een goede samenwerking en afspraken tussen de samenwerkingsverbanden, het middelbaar beroepsonderwijs, het primair en voortgezet onderwijs, de relevante gemeente of gemeenten of coördinerende gemeente of gemeenten, regionale expertteams, bovenregionale expertisenetwerken jeugd, de betrokken jeugdhulpaanbieders of andere partijen over het onderwijs en de ondersteuning aan de jeugdigen die met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg op andere plekken terechtkomen en daar onderwijs nodig hebben, en de jeugdigen die voorlopig nog in de gesloten jeugdhulp verblijven; of
h. activiteiten in het kader van projectleiding van het plan van aanpak waaronder projectplanning, verdere uitwerking van activiteiten, coördinatie en evaluatie.
4. Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school, mbo-instelling of samenwerkingsverband.
5. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 6.2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020en artikel 90 van de Wet op de expertisecentra.
2. De leeftijdsgrens van jeugdigen, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de coalitie of coalities die jeugdigen van de Bergse Veldschool bij de gesloten jeugdhulpinstelling Bergse Bos begeleiden in de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg.
3. De Minister kan voor de doelgroep als bedoeld in het eerste lid subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:
a. de inzet van gespecialiseerde medewerkers of docenten met kennis over residentiële jeugdigen om docenten in het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of het middelbaar beroepsonderwijs te ondersteunen bij het bieden van onderwijs aan jeugdigen die in de residentiele jeugdhulp verblijven;
b. het bieden van begeleiding bij het onderwijs- en ontwikkelproces van de jeugdige, met als doel dat de school waar de jeugdige op dat moment onderwijs krijgt betrokken blijft bij de ontwikkeling van de jeugdige die van een grootschalige gesloten accommodatie naar een kleinschalige voorziening wordt overgeplaatst;
c. de afstemming tussen scholen bij de individuele begeleiding van een jeugdige in de overstap naar passend en aansluitend onderwijs in de omgeving;
d. het faciliteren van het onderwijspersoneel van scholen verbonden aan gesloten accommodaties bij de opbouw van onderwijs of onderwijsondersteuning bij kleinschalige voorzieningen of bij alternatieven van gesloten jeugdhulp;
e. de ondersteuning bij de individuele casuïstiek van jeugdigen in verschillende schoolsoorten, van primair onderwijs tot en met middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, of begeleiding van jeugdigen naar stagemogelijkheden of beschikbare onderwijsvoorzieningen;
f. kennisopbouw en deskundigheidsbevordering bij consulenten van de samenwerkingsverbanden, onderwijsteams en regionale expertteams jeugd of bovenregionale expertisenetwerken jeugd over de ontwikkeling van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp en het onderwijs bij kleinschalige voorzieningen;
g. het opzetten, inrichten en borgen van een goede samenwerking en afspraken tussen de samenwerkingsverbanden, het middelbaar beroepsonderwijs, het primair en voortgezet onderwijs, de relevante gemeente of gemeenten of coördinerende gemeente of gemeenten, regionale expertteams, bovenregionale expertisenetwerken jeugd, de betrokken jeugdhulpaanbieders of andere partijen over het onderwijs en de ondersteuning aan de jeugdigen die met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg op andere plekken terechtkomen en daar onderwijs nodig hebben, en de jeugdigen die voorlopig nog in de gesloten jeugdhulp verblijven; of
h. activiteiten in het kader van projectleiding van het plan van aanpak waaronder projectplanning, verdere uitwerking van activiteiten, coördinatie en evaluatie.
4. Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school, mbo-instelling of samenwerkingsverband.
5. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 6.2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020en artikel 90 van de Wet op de expertisecentra.